Europese belastingregels onder de loep

Brussel haalt de Nederlandse bronbelasting links en rechts in

De Europese Commissie wil het belastingverkeer tussen lidstaten eenvoudiger maken, maar tegelijk voorkomen dat rente en royalty’s onbelast naar landen buiten de EU verdwijnen. Voor Nederland heeft dat opmerkelijke gevolgen: onze bronbelasting blijkt op het ene punt te beperkt en op het andere juist strenger dan Brussel verlangt. En dan is er nog een principiële vraag: mag de EU deze regels eigenlijk wel opleggen?

Een van ons kreeg onlangs een vraag die in de internationale adviespraktijk vaker langskomt. Een Nederlandse vennootschap leent geld van een partij in een belastingparadijs en wil weten of zij over de rente bronbelasting moet inhouden. Het antwoord hangt vandaag vrijwel volledig af van de vraag of geldschieter en lener bij hetzelfde concern horen. Is dat niet zo, dan is geen Nederlandse bronbelasting verschuldigd. Als het nieuwe voorstel van de Europese Commissie doorgaat, is dat antwoord vanaf 2037 niet meer genoeg.

Het voorstel heet de Tax Omnibus en dateert van 24 juni 2026. Als het wordt aangenomen, zal Nederland de Wet bronbelasting 2021 opnieuw moeten aanpassen.

Wat een bronbelasting doet

Een bronbelasting is een belasting die de betaler inhoudt op een betaling naar het buitenland. Betaalt een Nederlands bedrijf rente aan een buitenlandse geldschieter, dan houdt het een deel van die rente in en draagt dat af aan de Belastingdienst. Voor de staat is dat vaak de enige kans om te heffen, omdat de ontvanger verder buiten zijn bereik valt.

Rente en royalty’s, de vergoedingen voor het gebruik van octrooien, merken of software, zijn ook een bekend middel om winst te verschuiven. Een concern laat zijn Nederlandse werkmaatschappij rente betalen aan een zustervennootschap in een land zonder winstbelasting. In Nederland is die rente aftrekbaar, zodat de winst hier daalt. In het andere land wordt de rente niet belast. Per saldo betaalt het concern over dat deel van de winst nergens belasting.

Tegelijk remt een bronbelasting gewone investeringen af. Een belegger die over zijn rente in twee landen belasting moet betalen, belegt liever dicht bij huis. Voor een interne markt is dat een obstakel, en daarom beperkt de EU al ruim twintig jaar de bronbelasting tussen lidstaten.

Een richtlijn waar Nederland nooit last van had

De Rente- en royaltyrichtlijn uit 2003 verbiedt lidstaten om bronbelasting te heffen op rente en royalty’s tussen verbonden vennootschappen in verschillende lidstaten. Verbonden betekent dat de ene vennootschap minstens 25% van de andere bezit. Voor Nederland was die Europese beperking jarenlang een non-issue. Nederland hief op rente en royalty’s helemaal geen bronbelasting. De richtlijn dwong vooral andere lidstaten om te stoppen, en daarmee verloren landen als Nederland en Luxemburg een deel van hun voorsprong als vestigingsplaats voor financieringsmaatschappijen.

Die ruimhartigheid had een keerzijde. Nederland stond internationaal bekend als ‘doorstroomland’, waar concerns rente en royalty’s via brievenbusmaatschappijen lieten doorlopen naar belastingparadijzen. Inmiddels is de slinger de andere kant op geslagen. Sinds 2021 heft Nederland namelijk wel bronbelasting op rente en royalty’s, sinds 2024 ook op dividenden. Het tarief is gelijk aan het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting, nu 25,8%.

Deze nieuwe bronheffing geldt alleen als aan twee voorwaarden is voldaan. De ontvanger zit in een laagbelastend land: een land dat winst niet of tegen minder dan 9% belast, of dat op de Europese lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden staat. Daarnaast moeten betaler en ontvanger gelieerd zijn, wat er in de praktijk op neerkomt dat ze tot hetzelfde concern behoren. Een onafhankelijke geldschieter op de Kaaimaneilanden blijft buiten het bereik van de bronheffing.

Twee Europese vrijheden, één belangrijk verschil

De wet omschrijft gelieerdheid als zodanige invloed dat je de activiteiten van een bedrijf kunt bepalen. Die insteek komt vrijwel letterlijk uit het Baars-arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2000. Die herkomst bepaalt welke Europese regels op de wet van toepassing zijn.

Het Unierecht beschermt grensoverschrijdende investeringen met twee vrijheden. De vrijheid van vestiging beschermt wie in een ander land een bedrijf opzet of beheerst. Het vrije kapitaalverkeer beschermt het overmaken van geld in het algemeen, ook als je alleen belegt of uitleent. Een regel die uitsluitend over situaties van bepalende zeggenschap gaat, valt onder de vrijheid van vestiging, en die geldt alleen tussen de lidstaten. Het vrije kapitaalverkeer geldt ook tegenover de rest van de wereld.

Omdat de Wet bronbelasting 2021 alleen gelieerde verhoudingen raakt, kan een concern met een dochter in een belastingparadijs buiten de EU zich tegen de heffing niet op het Unierecht beroepen. Het Unierecht legt Nederland op dit punt dus geen beperkingen op.

Wat Brussel nu wil

De Commissie wil nu de 25%-grens schrappen. Elke rente- en royaltybetaling tussen vennootschappen in de EU wordt dan vrijgesteld, ook als de ontvanger geen enkel belang heeft in de betaler. De gedachte daarachter is begrijpelijk. Wie de kapitaalmarkt wil aanjagen, kan niet eisen dat elke investeerder met zijn vuist op tafel kan slaan bij het bedrijf waarin hij geld steekt. Ook de papierwinkel verdwijnt: lidstaten mogen geen voorafgaande toestemming of melding meer eisen. De betaler beoordeelt zelf of de vrijstelling geldt en een belastingdienst controleert eventueel achteraf. Voor Nederland verandert hierdoor weinig, omdat Nederland binnen de EU nauwelijks bronbelasting op rente heft.

Tegenover die vrijstelling staat een nieuwe plicht voor geld dat de EU verlaat. Betaalt een bedrijf in een lidstaat rente of een royalty aan een ontvanger in een land buiten de EU zonder winstbelasting of met een tarief van 0%, dan moet die lidstaat alsnog heffen. Hij kiest zelf tussen een bronbelasting en het weigeren van de aftrek bij de betaler. Dat geldt niet voor concerns die onder de mondiale minimumbelasting van 15% vallen, de internationale afspraak die bekendstaat als Pijler 2 en die geldt voor concerns met meer dan € 750 miljoen omzet. Die uitzondering vervalt weer als de moedermaatschappij zit in een land waarvoor een aparte afspraak over die minimumbelasting is gemaakt, zoals de Verenigde Staten.

Dit alles gaat in op 1 januari 2037, acht jaar later dan de rest van het pakket. Waarom juist dat jaar, legt de Commissie niet uit.

Links en rechts ingehaald

Voor de Wet bronbelasting 2021 snijdt het mes aan twee kanten.

De Europese regel vraagt niet of betaler en ontvanger bij hetzelfde concern horen. Neem een kredietfonds op de Kaaimaneilanden dat zonder enige zeggenschap geld leent aan een Nederlandse BV. Die BV houdt vandaag geen bronbelasting in. Vanaf 2037 moet Nederland die rente belasten of de aftrek weigeren. Op dit punt schiet onze wet straks tekort.

Omgekeerd gaat de Nederlandse wet verder dan de richtlijn. De richtlijn kijkt alleen naar landen met een tarief van nul, zodat een land dat rente tegen 2% belast erbuiten valt. De Europese lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden speelt geen rol, terwijl de EU die lijst zelf bijhoudt. Dat is gek. Volgens de Commissie mogen lidstaten hun eigen, strengere regels voor betalingen naar landen buiten de EU blijven toepassen. Nederland kan de 9%-grens en de lijst dus houden, maar moet de wet uitbreiden naar ongelieerde ontvangers.

Met die uitbreiding komt de wet onder het vrije kapitaalverkeer te vallen. Een regel die ook gewone beleggers en geldschieters raakt, gaat niet meer alleen over zeggenschap. Het Hof oordeelde in 2012 dat zo’n regel ook tegenover landen buiten de EU aan het vrije kapitaalverkeer moet voldoen. Nederland moet dan kunnen uitleggen waarom de heffing nodig is, bijvoorbeeld om belastingontwijking tegen te gaan, en het Hof beoordeelt of die uitleg overtuigt. Het deel van de wet dat nu buiten bereik van het Unierecht blijft, wordt daarmee aanvechtbaar. Dat betekent dat ook een buitenlandse geldschieter zich onder omstandigheden op Europese regels kan beroepen om de Nederlandse heffing aan te vechten.

Daarnaast moet Nederland kiezen tussen bronbelasting en aftrekweigering. Bij een bronbelasting betaalt de buitenlandse geldschieter. Bij aftrekweigering betaalt de Nederlandse onderneming die het geld leent, doordat haar rentekosten niet meer aftrekbaar zijn.

Mag Brussel dit eigenlijk opleggen?

De EU mag niet alles regelen wat met belastingen te maken heeft. Voor directe belastingen, zoals de vennootschapsbelasting, mag de Raad alleen richtlijnen maken die rechtstreeks van invloed zijn op de interne markt, en alleen met instemming van alle lidstaten (art. 115 VWEU). De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs betwijfelt of een regel voor betalingen die de EU verlaten daaronder valt. Die regel gaat over de verhouding met de rest van de wereld en nauwelijks over het verkeer tussen de lidstaten.

Voor die verhouding heeft het Verdrag een eigen bepaling. Art. 64 lid 3 VWEU laat de Raad het kapitaalverkeer met landen buiten de EU beperken, met eenparigheid en na raadpleging van het Europees Parlement. De Commissie heeft die bepaling niet gebruikt. Zo ontstaat de vraag of de EU lidstaten via een belastingrichtlijn mag verplichten om belastingparadijzen de vrijheid van kapitaalverkeer te ontzeggen, of dat die keuze bij de individuele lidstaten zelf ligt.

Het Hof van Justitie van de EU heeft die vraag nog niet beantwoord. In februari 2026 paste het de Europese antimisbruikrichtlijn zonder bezwaar toe op dochtervennootschappen buiten de EU. De bevoegdheid kwam daar niet aan de orde, hoewel de advocaat-generaal er in haar conclusie wel twijfels over had. Nederland kan in de onderhandelingen aandringen op een stevige juridische basis. Sneuvelt de regel later bij het Hof, dan moet Nederland zijn wet opnieuw aanpassen.

Wie profiteert van de nieuwe regels?

De Commissie verwacht zelf een bescheiden effect. Voor de hele vrijstelling van bronbelasting, op dividend, rente en royalty’s samen, rekent zij op lange termijn met 0,04% extra economische groei. Veertien lidstaten stellen rente binnen de EU nu al vrij van bronbelasting.

Start-ups hebben er weinig aan. Zij worden vooral met aandelenkapitaal gefinancierd, omdat een jong bedrijf zonder omzet geen rente kan betalen. Wie toch aan een start-up leent, weet dat die rente niets waard is als het bedrijf omvalt. De oom die het eerste geld inlegt, laat zich door een bronbelasting niet tegenhouden.

De grootste verandering zit bij private credit, de fondsen die naast de banken leningen aan bedrijven verstrekken. Europese kredietfondsen kunnen straks in de hele EU lenen zonder bronbelasting, ook zonder enig belang in de lener. Voor fondsen uit landen zonder winstbelasting worden de regels juist strenger. Daarvoor zijn argumenten aan te voeren vanuit het tegengaan van belastingontwijking. De Europese technologiesector krijgt er alleen niet direct meer geld door.

Wat betekent dit voor Nederland?

Wij lezen de omnibus als een poging om met belastingregels te bereiken wat langs andere weg niet lukt. Eén Europese kapitaalmarkt, gezamenlijke Europese obligaties en een apart Europees regime voor start-ups komen niet van de grond. Belastingregels kan Brussel wel aanpassen, als alle lidstaten meedoen. De gedachte is dat het wegnemen van fiscale drempels grensoverschrijdende investeringen stimuleert.

Het voorstel zet de deur binnen de EU verder open en stelt tegelijk voorwaarden aan betalingen naar landen waar rente en royalty’s onbelast blijven. De achterliggende gedachte is dat zulke inkomsten ergens belast moeten worden. Nederland legde die gedachte in 2021 al vast in zijn eigen wet. Die wet moet nu worden voorbereid op de Europese regels. Maar minstens zo belangrijk is de vraag of de nieuwe Europese verplichtingen juridisch standhouden. Daarover verdient het debat in Brussel meer duidelijkheid.



Geplaatst in Artikelen, OpinieMeer over , ,

Rinze van Minnen is advocaat en fiscalist (Van Minnen Tax Law) en lid van de Raad van Toezicht van Stichting The Floris. Co van Oostveen is fiscalist bij Svalner Atlas en bestuurslid van Stichting The Floris. Zij schrijven op persoonlijke titel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *