Belastingregels zoeken naar uitvoerbaarheid

The Floris, belastingbriefing week 20
Den Haag praat deze week veel over regels die ooit overzichtelijk leken. Pas jaren later blijkt hoe lastig ze zijn voor burgers, bedrijven en de Belastingdienst.

The Floris Belastingbriefing - Week 20

Deze week in het kort

  • Financiën wil een keuze over de dertigjaarstermijn bij hypotheekrenteaftrek.
  • De Kamer wil een extra aftrekvoordeel voor huiseigenaren voorkomen.
  • Flexwerkers krijgen vanaf 2028 meer zekerheid, als de Eerste Kamer instemt.
  • Het IMF waarschuwt voor hogere lasten op arbeid.
  • ETS2 kan energie en autorijden vanaf 2028 merkbaar duurder maken.
  • Een advies beperkt mogelijk box 3 herstel voor niet-bezwaarmakers.

Hypotheekrenteaftrek vraagt opnieuw om politieke keuzes

De hypotheekrenteaftrek leek in het coalitieakkoord even buiten beeld. Deze week schoof zij toch weer naar het midden van de tafel.

Aanleiding is de dertigjaarstermijn. Sinds 2001 mogen huiseigenaren hypotheekrente maximaal dertig jaar aftrekken van hun belastbaar inkomen. Alleen houdt niemand centraal bij hoe lang iemand dat al doet. De Belastingdienst, banken en adviseurs weten daardoor vaak niet zeker of er vanaf 2031 nog recht op aftrek bestaat.

Dat raakt vooral oudere hypotheken, vaak van vóór 2013. Bij verhuizingen, scheidingen of meerdere leningdelen wordt bewijs leveren lastig. Ook hypotheekverstrekkers kunnen minder goed beoordelen hoeveel iemand mag lenen. Ambtenaren noemen verschillende routes. Oude gevallen tot 2043 ongemoeid laten kost naar schatting gemiddeld 1,4 miljard euro per jaar. De aftrek voor oude hypotheken eerder beëindigen levert ongeveer hetzelfde op, maar kan huiseigenaren korter aftrek geven dan de huidige regels beloven.

Daarnaast wil een Kamermeerderheid een onbedoelde verruiming van 281 miljoen euro voorkomen. Die ontstaat doordat het aftrekpercentage meebeweegt met een hoger tarief in de inkomstenbelasting. De discussie gaat dus tegelijk over uitvoering, begroting en rust op de woningmarkt.

Flexwerk krijgt strakkere grenzen

Bijna drie op de tien werkenden heeft een flexibel contract. De Tweede Kamer wil dat werk minder rekbaar maken.

Het wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers is aangenomen door de Tweede Kamer. Als ook de Eerste Kamer instemt, gaat de wet op 1 januari 2028 in. Nederland telt 2,7 miljoen flexwerkers, relatief veel binnen de Europese Unie. De wet moet tijdelijke contracten weer duidelijker koppelen aan tijdelijk werk.

Na drie tijdelijke contracten mag een werkgever drie jaar lang geen nieuw tijdelijk contract aanbieden aan dezelfde werknemer. De bestaande pauze van zes maanden verdwijnt daarmee als korte omweg. Nulurencontracten maken plaats voor bandbreedtecontracten. Daarin staan een minimum en maximum aantal uren. Het maximum mag niet hoger zijn dan 130 procent van het minimum. Bij tien uur minimum is dertien uur dus de bovengrens.

Uitzendkrachten krijgen ook meer bescherming. Hun arbeidsvoorwaarden moeten minimaal gelijkwaardig zijn aan die van werknemers in vaste dienst. De onzekerste uitzendfase wordt verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Voor werkgevers betekent dit meer voorspelbare verplichtingen, maar minder ruimte om roosters steeds open te houden.

Arbeid blijft de favoriete belastingbasis

De zoektocht naar geld voor defensie komt terecht bij werkenden en werkgevers. Juist daar ziet het IMF risico’s.

Het Internationaal Monetair Fonds, dat jaarlijks de Nederlandse economie beoordeelt, waarschuwt dat Den Haag lastenverhogingen te veel op arbeid legt. Het noemt onder meer plannen om belastingschijven niet volledig met inflatie te laten meestijgen. Daardoor komen mensen sneller in een hoger tarief terecht. Ook wijst het fonds op de vrijheidsbijdrage, een voorgestelde bijdrage voor extra defensie-uitgaven.

Die bijdrage moet op termijn 5,1 miljard euro opleveren. Burgers betalen via de inkomstenbelasting. Werkgevers zouden 1,7 miljard euro bijdragen via de Aof-premie. Dat is de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds, waaruit regelingen bij langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid worden betaald.

Een Kamermeerderheid wil dat Aof-geld alleen naar arbeidsongeschiktheid gaat. De weerstand past bij de bredere waarschuwing van het IMF. Hogere lasten op werk kunnen mensen ontmoedigen om meer uren te maken, terwijl vergrijzing en krapte de arbeidsmarkt al beperken. Het fonds ziet meer ruimte in het evalueren van fiscale voordelen, waaronder de hypotheekrenteaftrek.

CO2 prijs komt dichter bij de keukentafel

Een Europese klimaatregel uit 2021 wordt vanaf 2028 voelbaar in gasrekening en tankbon. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende door hoe groot dat effect kan zijn.

Het gaat om ETS2, een nieuw emissiehandelssysteem. Emissiehandel betekent dat voor uitstoot van CO2 rechten nodig zijn. Grote industrieën doen dit al langer. Bij huishoudens kopen niet zijzelf die rechten, maar leveranciers van gas, benzine en diesel. Die kosten komen vervolgens in de prijs terecht.

Volgens het planbureau betalen huishoudens vanaf 2028 tussen 10 en 80 euro per maand extra, afhankelijk van de CO2-prijs en het verbruik. In een middenscenario kost autorijden voor een huishouden dat 13.000 kilometer per jaar rijdt ongeveer 160 euro extra. Gasverwarming komt daar gemiddeld met ongeveer 155 euro per jaar bij. In hogere scenario’s lopen vooral grote woningen en veelrijders verder uit.

Het PBL waarschuwt voor meer energiearmoede en vervoersarmoede. Dat zijn situaties waarin huishoudens moeite hebben om verwarming of vervoer te betalen. Compensatie kan via vaste bedragen of lagere heffingen, maar de verwachte opbrengsten zijn al verwerkt in de begroting. Dat maakt elke verzachting meteen een begrotingskeuze.

Box 3 blijft een langlopende hersteloperatie

Voor spaarders en beleggers draait box 3 al jaren om één vraag. Wie krijgt geld terug over oude aanslagen, en wie niet?

Box 3 is de belasting op inkomen uit sparen en beleggen. De Hoge Raad oordeelde eind 2021 dat de oude berekening vanaf 2017 in strijd was met Europees recht. De fiscus rekende toen met veronderstelde rendementen, niet met wat mensen werkelijk behaalden. Wie tijdig bezwaar maakte, kreeg recht op herstel.

De advocaat-generaal adviseert nu dat mensen die over 2017 tot en met 2020 geen bezwaar maakten, geen recht hebben op teruggave. De Hoge Raad volgt zo’n advies vaak, maar heeft nog geen uitspraak gedaan. Voor de staat gaat het om een mogelijke extra herstelronde van ongeveer 4 miljard euro. Ongeveer 60.000 mensen maakten destijds bezwaar, op jaarlijks gemiddeld 2,7 miljoen aangiften.

Het dossier past in een bredere discussie over vermogen. Het CPB stelt dat het belastingstelsel op papier progressief is, maar ongelijkheid kan vergroten. Welvarende huishoudens kunnen inkomen en vermogen soms in een bv onderbrengen en belasting langdurig uitstellen. De nieuwe wet voor belasting op werkelijk rendement ligt inmiddels bij de Eerste Kamer, terwijl het kabinet nog aanpassingen voorbereidt.


Bronnen

Meld je aan

En ontvang de Belastingbriefing iedere week in je mail.

Meld je aan

Voor de wekelijkse Belastingbriefing

En je bent elke week binnen 10 minuten bij met het belangrijkste belastingnieuws

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *