The Floris, belastingbriefing week 19
Deze week laat zien hoe technisch belastingbeleid snel heel alledaags wordt. Een aftrekpost, een formulier of een premie bepaalt uiteindelijk wie ruimte voelt en wie vooral regels ziet.

Deze week in het kort
- CPB ziet dat het stelsel inkomens- en vermogensverschillen soms vergroot.
- Box 3-bezwaren over 2021 en later krijgen tot 1 oktober tijd.
- Startende zzp’ers verliezen mogelijk volgend jaar de startersaftrek.
- Het minimumuurloon gaat per 1 juli naar €14,99 bruto.
- Hoge Raad bevestigt weigering van renteaftrek bij een bankconstructie.
- Discussie over overwinstheffing bij olieconcerns krijgt nieuwe aanleiding.
Het CPB legt de fiscale ongelijkheid bloot
Het Nederlandse belastingstelsel is op papier oplopend: wie meer verdient, betaalt een hoger percentage. Het CPB laat zien dat dit in de praktijk niet altijd zo uitpakt.
Volgens het planbureau neemt de economische ongelijkheid toe. Het aandeel van het totale inkomen dat terechtkomt bij de 1 procent meest verdienende huishoudens steeg tussen 2011 en 2019 van 12 naar 15 procent. Ook groeien verschillen tussen huiseigenaren en huurders, en tussen directeuren-grootaandeelhouders en andere werkenden. Een directeur-grootaandeelhouder, vaak afgekort als dga, is iemand die via een eigen bv werkt en daarin veel zeggenschap heeft.
De bv speelt een grote rol. Een besloten vennootschap is een aparte onderneming voor de belasting. Welvarende huishoudens kunnen inkomen en vermogen daarin onderbrengen. Daardoor kunnen zij belasting lang uitstellen. Voor de rijkste 1.400 Nederlanders komt de effectieve belastingdruk volgens het CPB uit op ongeveer 28 procent.
Bij middeninkomens ontstaan verschillen door de eigen woning en pensioenopbouw. Wie een huis bezit, profiteert van fiscale regels die huurders niet hebben. Het CPB ziet ruimte om regelingen aan te passen en belastinguitstel te beperken.
Werkenden zien regels tegelijk schuiven
Voor werkenden en ondernemers beweegt er deze week veel tegelijk. Het gaat om loon, aftrekposten en de manier waarop de overheid arbeid belast.
Het bruto wettelijk minimumuurloon gaat per 1 juli 2026 naar €14,99. Het referentiemaandloon, een maandbedrag dat bij het uurloon hoort, wordt €2.337 bruto. Voor jongeren gelden lagere minimumjeugdlonen. Een 20-jarige heeft dan recht op €11,99 per uur, een 18-jarige op €7,50.
Voor zelfstandigen speelt iets anders. Het kabinet wil de startersaftrek schrappen per 1 januari volgend jaar. Dat is een aftrekpost voor beginnende ondernemers zonder bv. Zij mogen nu in de eerste vijf jaar maximaal drie keer €2.123 van hun winst aftrekken, bovenop de zelfstandigenaftrek. De maatregel moet jaarlijks ongeveer €100 miljoen opleveren. De afschaffing is nog niet definitief, want het parlement stemt dit najaar over het Belastingplan.
Ook het vakantiegeld laat zien hoe ingewikkeld arbeid wordt belast. Volgens berekeningen van ADP pakt het netto bedrag voor vooral parttimers grillig uit. Dat komt door wijzigingen in belastingtarieven en de arbeidskorting, een korting op belasting voor werkenden.
Box 3 krijgt meer tijd maar blijft stroef
De belasting op spaargeld en beleggingen blijft een administratieve klus. De Belastingdienst geeft sommige belastingplichtigen nu langer de tijd om hun bezwaar uit te werken.
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting voor vermogen, zoals spaargeld en beleggingen. Wie bezwaar maakte over 2021 of latere jaren, kan soms aanvullend rechtsherstel krijgen. Dat betekent dat de belasting lager kan uitvallen als het werkelijke rendement lager was dan het eerder berekende fictieve rendement. Fictief betekent hier: geschat volgens vaste regels.
Belastingadviseurs krijgen tot 1 oktober 2026 om het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement in te dienen. Dat formulier, vaak OWR genoemd, moet laten zien wat het echte rendement was. De eerdere datum was 1 mei 2026.
Voor de jaren 2017 tot en met 2020 geldt deze verlenging niet. Daarvoor moet een adviseur apart en gemotiveerd uitstel vragen.
Openbaar gemaakte stukken van Financiën laten zien dat ook intern zorgen bestonden. Het formulier moest vaak volledig worden ingevuld, zelfs wanneer meteen duidelijk leek dat het rendement nihil of lager was.
Rechters en Europa scherpen de grenzen voor bedrijven aan
Bij grote ondernemingen draait belasting vaak om de vraag wat nog binnen de wet past. Deze week kreeg die grens opnieuw contouren.
De Hoge Raad bevestigde dat een Frans-Nederlandse bankconstructie geen renteaftrek mocht gebruiken. Renteaftrek betekent dat betaalde rente van de winst wordt afgetrokken, waardoor minder vennootschapsbelasting resteert. Vennootschapsbelasting is de winstbelasting voor bedrijven. In deze zaak ging het, inclusief belastingrente, om naar schatting bijna €20 miljoen.
Voor een deel van de periode gebruikte de Hoge Raad het begrip fraus legis. Dat is Latijn voor een constructie die formeel op regels steunt, maar in strijd is met doel en strekking van de wet. Voor latere maanden kon de Belastingdienst leunen op aangescherpte wettelijke beperkingen van renteaftrek.
Ook Europees beweegt er iets. EU-ministers van Financiën willen btw-fraude strenger aanpakken. Btw is de belasting over de meeste goederen en diensten. Lidstaten en de EU missen volgens de bron jaarlijks tussen €12,5 miljard en €32,8 miljard door fraude. Onderzoeksdiensten EPPO en OLAF krijgen directere toegang tot gegevens over grensoverschrijdende transacties, als het Europees Parlement instemt.
Overwinsten bij energiebedrijven keren terug in het belastingdebat
Hoge energieprijzen maken de winsten van olie- en gasconcerns opnieuw politiek zichtbaar. Daarmee keert ook de vraag terug hoe uitzonderlijke winsten fiscaal worden behandeld.
Analisten verwachten dat Shell over het eerste kwartaal $5,8 miljard winst meldt. Dat is ongeveer driekwart meer dan in het vierde kwartaal. ExxonMobil meldde al dat stilgelegde productie $400 miljoen kostte, maar dat hogere olie- en gasprijzen $1,7 miljard extra inkomsten brachten. De prijs voor Brent-olie ging van gemiddeld $67 in de eerste twee maanden naar ruim $99 in de laatste maand van het kwartaal.
In Frankrijk ligt een voorstel voor een minimumbelasting van 20 procent op overwinsten in de sector. Een overwinstheffing is een extra belasting op winst die boven een normale of verwachte winst uitkomt. Ook ministers uit Duitsland, Italië, Oostenrijk, Portugal en Spanje vroegen de Europese Commissie om een Europese heffing te onderzoeken.
Brussel nam zo’n heffing niet op in het recente energieplan. Nederland kent bovendien nog discussie over de eerdere heffing uit 2022. Daartegen zijn 33 bezwaren ingediend, samen goed voor €2,7 miljard.
Bronnen
- Belastingstelsel draagt bij aan toegenomen economische ongelijkheid, zegt CPB
- Economische verschillen huishoudens nemen soms toe door fiscus
- Ongelijkheid groeit door ons eigen belastingstelsel, stelt CPB
- Termijn motivering box 3-bezwaren verlengd tot 1 oktober 2026
- Hoe zzp’ers plots nog een belastingvoordeel verliezen
- Minimumloon per 1 juli 2026
- Hoge Raad bevestigt dat constructie NIBC en Société Générale niet mocht