Energiepakket met gerichte steun en een rekening die elders neerdaalt

The Floris – belastingbriefing week 17
Den Haag wilde deze week snel iets doen aan de oplopende energieprijzen. Maar zelfs een relatief klein pakket laat meteen zien hoe lastig belastingpolitiek wordt zodra steun vandaag en dekking morgen tegelijk op tafel liggen.

The Floris Belastingbriefing - Week 17

Deze week in het kort

  • Het kabinet trekt bijna 1 miljard uit voor energiehulp, isolatie en tijdelijke verlichting voor vervoer en bedrijven.
  • De rekening komt deels elders terecht, via minder aftrek voor starters en kleine investeringen.
  • Een lagere brandstofaccijns blijft van tafel, ondanks druk uit de Kamer en hogere prijzen aan de pomp.
  • Tijdelijk goedkoper openbaar vervoer krijgt juist kans op een Kamermeerderheid deze zomer.
  • Energiebedrijven maken voor 2,7 miljard bezwaar tegen de eerdere overwinstheffing uit 2022.
  • Die procedures maken een nieuwe belasting op extra winsten politiek aantrekkelijk, maar juridisch onzeker.

Steun bij hoge energieprijzen, betaald met nieuwe lasten

Het kabinet kiest voor een bekend recept in onzekere tijden: beperkte steun, geen extra staatsschuld en dus ook een rekening elders. Dat klinkt technisch, maar het raakt intussen een brede groep huishoudens, werknemers en ondernemers.

Het pakket kost samen €967 mln. Een deel gaat naar directe steun voor mensen die de energierekening niet meer kunnen dragen. Zo krijgt het Noodfonds Energie €195 mln extra voor huishoudens met lage inkomens. Daarnaast gaat €180 mln extra naar het warmtefonds, dat goedkope leningen verstrekt aan woningeigenaren die hun huis willen isoleren. Ook kleinere isolatieprogramma’s krijgen extra geld.

Aan de kant van werk en vervoer komt er vooral gerichte verlichting. Werkgevers mogen voortaan 25 cent per zakelijke kilometer belastingvrij vergoeden, twee cent meer dan nu. Dat is de enige permanente maatregel in het pakket en kost de schatkist rond de €200 mln per jaar. Werknemers krijgen die extra vergoeding overigens alleen als hun werkgever dat ook afspreekt.

De dekking zit deels in het schrappen van fiscale voordelen. De startersaftrek verdwijnt vanaf volgend jaar. Dat is een extra aftrekpost voor beginnende ondernemers en zelfstandigen. Ook de aftrek voor kleine investeringen wordt soberder. Samen leveren die twee ingrepen ongeveer €100 mln per jaar op. Daarbovenop gaat de alcoholaccijns vanaf 2027 meestijgen met de inflatie. Zo laat dit pakket iets zien wat in Den Haag vaak onder de motorkap blijft: steunmaatregelen zijn zelden gratis, ze verschuiven lasten.

Geen lagere benzineaccijns, wel ruimte voor goedkoper ov

De brandstofprijs is voor veel mensen de meest zichtbare graadmeter van een energiecrisis. Juist daar trekt het kabinet deze week een duidelijke grens. De accijns op brandstof gaat niet omlaag.

Die keuze is politiek gevoelig omdat benzine en diesel sinds de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran flink duurder zijn geworden. Volgens het debat in de Kamer is benzine ongeveer 10% duurder dan voor de inval en diesel ongeveer 20%. Toch houden kabinet en coalitie vast aan hun lijn. Een accijnsverlaging zou miljarden kunnen kosten, terwijl die steun ook terechtkomt bij mensen die haar niet nodig hebben.

In plaats daarvan kiest het kabinet voor smallere maatregelen. Zakelijke bestelbusjes krijgen een half jaar 50% korting op de wegenbelasting. Voor vrachtwagens gaat die belasting een half jaar naar nul. Dat is vooral relevant voor vervoerders en bedrijven die direct afhankelijk zijn van wegtransport. Tegelijk loopt in de Kamer nog discussie over de vrachtwagenheffing die op 1 juli ingaat. Voorstellen om die te verlagen of uit te stellen hingen deze week nog in de lucht.

Opvallend is dat goedkoper openbaar vervoer juist wel politieke wind mee lijkt te krijgen. Een voorstel voor een zomerkaart van €49 per maand, geldig buiten de spits voor trein, bus, tram en metro, kan rekenen op steun van het kabinet. De kosten van €118 mln zouden uit het Klimaatfonds en de begroting van Infrastructuur komen. Daarmee verschuift de vraag in feite van goedkoper tanken naar goedkoper reizen.

Overwinstbelasting blijft verleidelijk, maar de rechtszaak loopt al

Als prijzen stijgen en steun geld kost, duikt dezelfde fiscale gedachte snel op: belast de extra winsten van energiebedrijven. Politiek is dat een aantrekkelijk idee. Juridisch blijkt het een stuk weerbarstiger.

Deze week werd duidelijk dat energiebedrijven massaal bezwaar hebben gemaakt tegen de tijdelijke solidariteitsbijdrage uit 2022. Dat was een extra heffing van 33% op winst boven 120% van het gemiddelde van de vier voorgaande jaren. De maatregel gold voor olie- en gasbedrijven, waaronder raffinaderijen. De overheid schatte de opbrengst destijds op €3,2 mrd. Nu ligt er voor circa €2,7 mrd aan bezwaren bij de Belastingdienst, waarvan twee zaken al bij de rechter lopen.

De uitkomst is van belang voor de huidige discussie in Den Haag. In de Kamer klonk opnieuw de wens om olie- en gasbedrijven zwaarder te belasten en die opbrengst te gebruiken voor steun aan burgers. Maar het kabinet wijst op juridische kwetsbaarheid en op uitvoeringsvragen. Uit de Kamerbrief blijkt dat een nieuwe heffing in beginsel mogelijk is, maar dat nadere uitwerking nodig is.

Daar komt nog iets bij. Het kabinet schrijft dat er nu waarschijnlijk geen reden is om uit te gaan van overwinsten op de gasmarkt, omdat de gasprijs relatief beperkt is gestegen. Bij olie ligt dat anders, maar Nederland importeert veel olie, waardoor hogere olieprijzen niet automatisch tot extra winsten in Nederland leiden. Alleen bij raffinage zijn er aanwijzingen voor hogere marges. De politieke wens is dus helder, maar de fiscale ondergrond oogt minder stevig dan het debat soms doet vermoeden.


Bronnen

Meld je aan

En ontvang de Belastingbriefing iedere week in je mail.

Meld je aan

Voor de wekelijkse Belastingbriefing

En je bent elke week binnen 10 minuten bij met het belangrijkste belastingnieuws

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *