Energieprijzen drukken op de begroting

The Floris, belastingbriefing week 18
Belastingbeleid begint vaak bij een groot plan, maar eindigt deze week bij dekking, uitvoering en uitzonderingen. De rekening reist mee, alleen niet altijd zichtbaar op dezelfde bon.

The Floris Belastingbriefing - Week 18

Deze week in het kort

  • Het energiepakket kost bijna 1 miljard euro en krijgt voorlopig geen brede accijnsverlaging.
  • Brussel geeft tijdelijk meer ruimte voor steun aan energiegevoelige sectoren.
  • Een nieuwe crisisregeling moet werkgevers vanaf 2029 helpen personeel vast te houden.
  • De startersaftrek voor beginnende zelfstandigen verdwijnt mogelijk per 1 januari.
  • Vakantiegeld laat zien hoe grillig de inkomstenbelasting voor parttimers uitpakt.
  • Handelaren krijgen vanaf 30 april boetes bij contante betalingen vanaf 3.000 euro.

Energiehulp blijft gericht en moet ergens uit betaald worden

De hogere energieprijzen dwingen het kabinet tot een pakket van bijna 1 miljard euro. Tegelijk wil Financiën voorkomen dat elke prijsstijging meteen een nieuwe regeling oplevert.

Het pakket gaat deels naar maatregelen die energieverbruik moeten verlagen. Ook komt er geld voor het Noodfonds Energie, dat huishoudens met lage inkomens helpt bij de energierekening. Werkgevers mogen tijdelijk meer kilometers belastingvrij vergoeden. Bezitters van bestelbusjes krijgen tijdelijk korting op de wegenbelasting.

Een brede verlaging van de brandstofaccijns komt er niet. Accijns is belasting op brandstof, alcohol of tabak. Het kabinet noemt zo’n verlaging duur en weinig gericht, zeker als brandstof door internationale spanningen schaarser wordt. In augustus kijkt het kabinet opnieuw naar koopkracht, in de aanloop naar de Miljoenennota.

Ook Brussel schuift mee. Staatssteun, overheidssteun aan bedrijven, mag tijdelijk ruimer voor landbouw, visserij, transport en energie-intensieve industrie. Lidstaten kunnen tot 70 procent van extra kosten vergoeden, met grenzen per bedrijf en sector.

Werkgevers krijgen een crisisregeling met gedeelde kosten

De herinnering aan corona werkt door in het arbeidsrecht. Het kabinet wil een vaste regeling voor bedrijven die door een crisis tijdelijk veel minder werk hebben.

De ministerraad stemde in met het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis. Bedrijven kunnen de regeling gebruiken als zij twee maanden minstens 20 procent minder werk hebben. Dat mag maximaal zes maanden. Het gaat om situaties zoals een pandemie, uitval van vitale infrastructuur of uitzonderlijk weer.

Werkgevers mogen werknemers tijdelijk ander passend werk laten doen. Dan moeten zij het loon volledig doorbetalen. Een andere route is 10 procent minder loon betalen over uren die door de crisis niet gewerkt worden. Daarna kan de werkgever loonsubsidie aanvragen. Loonsubsidie is een bijdrage van de overheid aan loonkosten. UWV, de uitvoerder van werknemersverzekeringen, betaalt dan 65 procent van de loonkosten over de niet-gewerkte uren.

De regeling vervangt de huidige werktijdverkorting. Bij grote crises kan de minister vooraf sectoren of gebieden aanwijzen, zodat UWV niet elke aanvraag apart hoeft te beoordelen. Als beide Kamers instemmen, begint de regeling op 1 januari 2029.

De fiscale afstand tussen zelfstandige en werknemer wordt kleiner

Beginnende zelfstandigen raken mogelijk een oude fiscale steun kwijt. De startersaftrek, een extra bedrag dat starters van hun winst mogen aftrekken, verdwijnt in de kabinetsplannen per 1 januari.

De regeling bestaat sinds 1982. Zelfstandigen zonder bv kunnen in de eerste vijf jaar maximaal drie keer 2.123 euro aftrekken, bovenop de zelfstandigenaftrek. Die zelfstandigenaftrek is een algemene winstverlaging voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Zij daalt volgend jaar naar 900 euro. In 2020 was dat nog 7.280 euro.

Het schrappen van de startersaftrek moet jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro opleveren. Dat geld dekt een deel van het energiepakket. De maatregel raakt niet alleen toekomstige ondernemers, maar ook starters die nu nog binnen hun eerste vijf jaar zitten.

Het kabinet verwijst naar eerdere beoordelingen waarin de regeling weinig doelgericht werd genoemd. Volgens die onderzoeken leidt de startersaftrek niet duidelijk tot meer startende ondernemers. De stap past ook bij de bredere beweging om werknemers en zelfstandigen fiscaal minder verschillend te behandelen. Zeker is het nog niet. Het voorstel wordt waarschijnlijk onderdeel van het Belastingplan, waar beide Kamers dit najaar over stemmen.

Werkbelasting blijft lastig te doorgronden

Wie werkt, ziet de belasting meestal niet als één helder percentage. Deze week laten vakantiegeld, internationale cijfers en nieuw onderzoek zien waarom dat zo is.

Volgens berekeningen van ADP valt het netto vakantiegeld voor werknemers uiteenlopend uit. Vooral parttimers zien grillige verschillen met vorig jaar. Vakantiegeld wordt op jaarbasis niet zwaarder belast dan maandloon. De loonheffing, de voorheffing die de werkgever alvast inhoudt voor de inkomstenbelasting, kan bij een eenmalige betaling wel hoger lijken.

Daarachter zitten aanpassingen aan de eerste belastingschijf en de arbeidskorting. De arbeidskorting is een belastingkorting voor werkenden, die afhangt van het inkomen. Zulke regelingen maken het maandelijkse en jaarlijkse beeld moeilijk leesbaar.

Ook de Oeso-cijfers passen daarbij. De belastingwig, het verschil tussen totale loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer, lag in Nederland op 35,9 procent voor een alleenstaande met een gemiddeld inkomen. Dat is dicht bij het Oeso-gemiddelde. Onderzoek voor Financiën laat tegelijk zien dat lagere inkomens hun belastingdruk vaak overschatten, terwijl hogere inkomens die juist onderschatten.

Contant betalen krijgt een vaste grens

Voor handelaren in goederen geldt vanaf 30 april een nieuwe grens voor contant geld. Zij mogen geen contante betalingen van 3.000 euro of meer accepteren of doen.

De regel staat in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, meestal Wwft genoemd. Die wet verplicht financiële instellingen en sommige beroepsgroepen om ongebruikelijke geldstromen tegen te gaan. Voor handelaren vervangt het verbod op grote contante betalingen een deel van de eerdere verplichtingen rond cliëntenonderzoek.

Wie de grens overtreedt, kan een bestuurlijke boete krijgen. Dat is een boete die een toezichthouder oplegt zonder strafrechter. Het maximum is 10.000 euro. Bij herhaling kan de boete verdubbelen. Strafrechtelijke handhaving blijft daarnaast mogelijk via de Wet op de economische delicten.

De gekozen boetecategorie is lager dan bij zwaardere Wwft-verplichtingen, zoals meldplichten of uitgebreid klantenonderzoek. De gedachte is dat toezichthouders eenvoudiger en sneller kunnen optreden. Voor winkels en andere beroepsmatige verkopers van goederen wordt de kas daarmee minder ruim, maar de regel is helder afgebakend.


Bronnen

Meld je aan

En ontvang de Belastingbriefing iedere week in je mail.

Meld je aan

Voor de wekelijkse Belastingbriefing

En je bent elke week binnen 10 minuten bij met het belangrijkste belastingnieuws

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *