The Floris, belastingbriefing week 35
Belastingbeleid draait deze week opvallend vaak om de keuze van het meetmoment. Wanneer ontstaat inkomen, wie merkt de heffing en hoeveel ruimte blijft er daarna over?

Deze week in het kort
- Aanpassing van box 3 kost miljarden en bepaalt mede wat het kabinet elders kan uitgeven.
- Sinds 2018 daalden beleidsmatig de lasten op arbeid, terwijl kapitaal en consumptie zwaarder werden belast.
- Een Europees vereenvoudigingsplan kan Nederland vanaf 2037 jaarlijks ongeveer 8 miljard euro aan belastinginkomsten kosten.
- Het kabinet werkt aan een suikerbelasting die vanaf 2030 jaarlijks 900 miljoen euro moet opbrengen.
- Fiscale regels spelen mee bij de afname van huurwoningen, vooral in studentensteden.
Box 3 bepaalt de begrotingsruimte
De toekomstige belasting op sparen en beleggen is uitgegroeid tot een centraal onderdeel van de begrotingsonderhandelingen. Een technisch verschil in het moment van belasten vertaalt zich hier rechtstreeks in miljarden en politieke ruimte.
Het wetsvoorstel voor box 3 belast bij veel beleggingen jaarlijks het werkelijke rendement, inclusief waardestijgingen zolang een belegging nog niet is verkocht. Dat heet een vermogensaanwasbelasting. Een meerderheid in de Eerste Kamer geeft de voorkeur aan een vermogenswinstbelasting, waarbij de heffing pas volgt bij verkoop. De stemming is uitgesteld tot na de zomer; zonder aanpassing kan het voorstel dit najaar stranden.
De kleinste waarschijnlijke wijziging is achterwaartse verliesverrekening. Beleggers mogen een verlies dan aftrekken van eerder aangegeven rendement. Dat kost eenmalig bijna 4 miljard euro. Intrekken en overstappen op een volledige vermogenswinstbelasting kost volgens de raming minstens 22 miljard euro in tien jaar.
Ook niets doen heeft een prijs. Dan blijft de tegenbewijsregeling gelden, waarmee belastingplichtigen een lager werkelijk rendement kunnen aantonen. Vanaf 2028 ontstaat daardoor jaarlijks ongeveer 2,5 miljard euro minder begrotingsruimte. Omdat tegenover de verwachte box 3-opbrengst al uitgaven staan, moet het kabinet elders belastingen verhogen of uitgaven beperken. Een genoemde mogelijkheid is een hogere winstbelasting, maar daarvoor bestaat nog geen zichtbare meerderheid.
De lasten verschoven naar kapitaal en consumptie
Wie de begrotingsrekening draagt, hangt sterk af van de gekozen periode. Een nieuwe berekening van het Centraal Planbureau laat zien dat politieke besluiten sinds 2018 arbeid per saldo ontzagen, terwijl kapitaal en consumptie zwaarder werden belast.
De beleidsmatige lastenontwikkeling meet alleen gevolgen van beleid, zoals nieuwe wetten en gewijzigde tarieven. Hogere belastingopbrengsten door loonstijgingen, beurskoersen of bedrijfswinsten tellen niet mee. Tussen 2018 en 2027 stijgen de lasten op kapitaal volgens deze maatstaf met 6 miljard euro. Onder kapitaal vallen onder meer box 2 en box 3, winstbelasting, dividendbelasting en erfbelasting. De lasten op consumptie, waaronder btw en accijnzen, nemen met 10 miljard euro toe.
De lasten op arbeid, dus loonbelasting en sociale premies, dalen over dezelfde tien jaar met ongeveer 700 miljoen euro. Die beperkte daling verhult twee bewegingen. Eerdere kabinetten verlaagden de druk op werk, terwijl het kabinet-Jetten vanaf 2027 juist een verhoging van ongeveer 6 miljard euro heeft gepland.
Een onderdeel daarvan is het niet volledig aanpassen van belastingschijven aan de inflatie. Als lonen wel meestijgen, kan een groter deel van het inkomen daardoor in een hoger tarief vallen. Het CPB benadrukt dat een ander startjaar een ander beeld kan geven. De cijfers beslechten het debat dus niet, maar maken de recente beleidsrichting wel concreter.
Europees plan raakt Nederlandse belastingbasis
Een Europees voorstel om belastingregels voor bedrijven eenvoudiger te maken, kan voor Nederland een aanzienlijke rekening opleveren. Onderzoekers van de Universiteit Leiden ramen het mogelijke verlies op maximaal 3 miljard euro vanaf 2029 en ongeveer 8 miljard euro per jaar vanaf 2037.
De grootste post is de dividendbelasting, de heffing op winst die een onderneming uitkeert aan aandeelhouders. De Europese Commissie wil vanaf 2037 het verbod op bronheffing tussen moeder- en dochterbedrijven uitbreiden naar alle dividenden tussen ondernemingen binnen de EU. Nederland zou dan geen dividendbelasting meer kunnen heffen op betalingen van Nederlandse beursbedrijven aan beleggingsvennootschappen elders in de Unie. De onderzoekers ramen deze derving op ongeveer 4 miljard euro.
Ook particuliere beleggers kunnen gevolgen merken. Wie via een eigen bv in Europese aandelen belegt, zou ontvangen dividend voorlopig zonder Nederlandse winstbelasting kunnen behouden. Inkomstenbelasting volgt pas bij uitkering vanuit de bv. Als veel beleggers daarom box 3 verruilen voor een bv, kan volgens de onderzoekers nog ongeveer 1 miljard euro wegvallen.
Verder wil Brussel de renteaftrek voor bedrijven verruimen. Rente mag dan vaker van de belastbare winst af, onder meer door een hogere drempel voor het midden- en kleinbedrijf. Daarmee kan volgens de raming 2 tot 3 miljard euro aan opbrengsten grotendeels verdwijnen. Het gaat vooralsnog om een voorstel en om onderzoeksschattingen, niet om vaststaande verliezen.
De suikerbelasting krijgt vorm
Een belasting op frisdrank, koek en snoep moet tegelijk gedrag beïnvloeden en de schatkist vullen. Juist die dubbele opdracht maakt vrijwel ieder detail financieel en praktisch relevant, van mineraalwater tot een koekje met chocolade.
Het kabinet onderzoekt afzonderlijke heffingen op alcoholvrije dranken en etenswaren. Bij dranken variëren de opties van een brede belasting tot uitzonderingen voor water, zuivel, soja- of vruchtendrank. Bij voedsel kan het tarief afhangen van het suikerpercentage, alleen gelden voor toegevoegde suiker of beperkt blijven tot productgroepen zoals koek en snoep. Een staffel betekent dat producten met meer suiker ook zwaarder worden belast.
De keuze bepaalt wie betaalt en welke prikkel producenten krijgen. Een grens op basis van het etiket is uitvoerbaar, maar kan producten zonder etiket, zoals schepijs, buiten de heffing laten. Uitzonderingen vragen bovendien om een juridische onderbouwing. Producenten kunnen recepten aanpassen, prijzen verhogen of producten anders indelen. Consumenten kunnen uitwijken naar alternatieven of aankopen over de grens.
De invoering kost vanaf 2028 jaarlijks 50 miljoen euro. Vanaf 2030 rekent het kabinet op een structurele opbrengst van 900 miljoen euro. Lagere inkomens consumeren gemiddeld meer suiker en merken prijsstijgingen daardoor waarschijnlijk sterker. Het kabinet consulteert nu burgers en bedrijven; de precieze tarieven en uitzonderingen zijn nog niet gekozen.
Belastingbeleid werkt door op de huurmarkt
In twee jaar verdwenen ongeveer 48.000 woningen uit de huurmarkt doordat verhuurders verkochten. Belastingen zijn niet de enige oorzaak, maar vormen samen met hogere rente en strengere huurregels wel een belangrijk deel van de rekensom.
Particuliere vastgoedbeleggers vallen in de tijdelijke box 3-regeling onder een verondersteld rendement van 6 procent. Over dat bedrag betalen zij 36 procent belasting, zonder kostenaftrek. Het nieuwe box 3-voorstel behandelt vastgoed anders dan aandelen: waardestijging wordt pas bij verkoop belast en kosten mogen weer worden afgetrokken. De onzekerheid over dat voorstel maakt de toekomstige opbrengst van verhuur minder voorspelbaar.
Ook de overdrachtsbelasting, betaald bij aankoop van vastgoed, weegt mee. Het tarief voor beleggers steeg van 2 procent zes jaar geleden naar 10,4 procent in 2025. Dit jaar daalde het naar 8 procent en volgend jaar volgt 7 procent. Nog een procentpunt verlaging kost de schatkist naar schatting jaarlijks 84 miljoen euro.
Studentensteden merken de krimp relatief sterk. In het tweede kwartaal verkochten beleggers daar per saldo 2.100 woningen meer aan bewoners dan zij aankochten. Ongeveer de helft van de uitwonende studenten huurt bij particulieren. Het kabinet kijkt daarom ook naar soepelere kamerverhuur en een ruimere belastingvrijstelling voor buitenlandse pensioenfondsen. Zulke maatregelen kunnen investeringen ondersteunen, maar veranderen tegelijk de positie van huurders, kopers en verhuurders.
Bronnen
- Hoe het kan dat box 3 zo’n grote rol speelt bij de begrotingsonderhandelingen
- Toekomst box 3 speelt grote rol bij onderhandelingen begroting
- Coalitie verdeeld over begroting, aanpak box 3 ligt moeilijk
- Politiek verzwaarde lasten kapitaal, verlichtte die op arbeid
- Gevolgen Omnibusvoorstel voor het Nederlandse belastingstelsel
- Nieuwe kritiek op Europees omnibusplan: dividendbelasting dreigt te verdwijnen