Review van ‘Dammen op een Schaakbord – zes jaar tussen de mensen van de belastingdienst’ door mr. Pim Perquin

De belastingdienst als systeem is net als Iran: er mag helemaal niets, maar alles kan

Pim Perquin, bekend van de podcast en bijeenkomsten van The Floris, schreef een heel toegankelijk en menselijk boekje over zijn ervaringen bij de Belastingdienst. Pim was adviseur en bestuurder bij BDO gedurende enkele decennia en was nieuwsgierig naar de gang van zaken aan de andere kant van de tafel. Uit zijn boek spreekt duidelijk dat het menselijke perspectief voor hem leidend is geweest. Gedoe over inhoud, procedures en memo’s lost hij graag op via de weg van verwondering, doorvragen, hardop twijfelen. Kortom, door menselijk te zijn. 

Dat dit heel veel moeilijker is geworden bij de Belastingdienst door de ‘new management-methodes’ die ook hier gemeengoed zijn geworden, druipt van elke bladzijde.  Waar vroeger redelijke oplossingen mogelijk waren in complexe situaties, lijkt vaak de angst te regeren – voor de verplichte procedures, voor de interne positie en ranking, kortom voor allerlei voor belastingplichtigen onzichtbare fenomenen. 

Scheidsrechter-metafoor

Al snel kwam Pim in beeld voor een bijzonder ‘project’: Professionele Werkrelaties. Hij introduceert aan nieuwkomers bij de Belastingdienst een professionele werkrelatie aan de hand van een Champions League-scheidsrechter. Het louter kennen van de spelregels is natuurlijk niet voldoende om als goede scheidsrechter te functioneren. Die moet immers ‘het juiste’ doen in een split second, overzicht hebben en rechtvaardigheid betrachten. Eerder ‘boven de regels’ dan ‘achter de regels’. Een prachtige metafoor die bovendien duidelijk maakt dat een fiscalist een boeiend vak heeft met veel menselijke dynamiek. 

IJskoud systeem

Dat klinkt heel mooi, maar de werkelijkheid is bij de Belastingdienst in toenemende mate anders. Pim beschrijft via allerlei anekdotes de Belastingdienst als een ijskoud systeem dat het in toenemende mate ingewikkeld maakt voor haar mensen om een goede scheidsrechter te zijn. Hij heeft veel bewondering voor de mensen die voorzichtig, binnen het systeem, strijden tegen de regel- en managementcultuur en de daarmee gepaard gaande onzekerheid. Hij geeft hen de moed om door te gaan en noemt hen ‘het geweten van de Belastingdienst’ als ze hem vertellen dat ze het gevoel hebben tegen de stroom in te roeien. 

Al lezende, zien we Pim acteren als een vriendelijke rebel die zeer betrokken is bij de mensen die werken bij ‘de Dienst’. Hij duwt en trekt, geeft plaagstootjes en houdt spiegels voor. Die manier van acteren kan worden vertaald als ‘dammen op een schaakbord’. Ik doe mee, maar wel volgens mijn eigen regels. 

Niks mag, maar alles kan

Wat blijft hangen, is dat het ijskoude systeem vooral informeel is. Pim zoekt bewust de ruimte op binnen en buiten de regels en dan gebeurt er niets. Het is vooral de angst en de informele cultuur die het systeem koud maakt. Pim merkte tijdens de boekpresentatie op dat hij ooit op reis was geweest in het hedendaagse Iran en vergelijk de belastingdienst daarmee: niks mag, maar alles kan. Er zijn mensen die er moeiteloos doorheen laveren en daarvan gaf hij zelf het goede voorbeeld. Uiteindelijk benauwde het hem ook en na zes jaar was het genoeg. 

Hij heeft uiteraard alles geanonimiseerd en een aantal zaken afgezwakt, want het moest geen controversieel boek worden. De bedoeling is juist dat de Belastingdienst er zelf iets uit haalt en verandert en dat adviseurs een beter begrip krijgen van de spagaat waarin de mensen aan de andere zijde zitten. Dat levert een asymmetrie op, waarvan adviseurs zich vaak onvoldoende bewust zijn. 

Tijdens de druk bezochte boekpresentatie eind maart riep Pim de aanwezigen van de Belastingdienst op om vooral meer naar buiten te treden. Als illustratie vertelde hij dat hij één van zijn fijnste collega’s had gevraagd om op het podium te komen tijdens de presentatie; deze had na enige tijd geantwoord dat de landelijke directie hem had laten weten dat hij beter niet geïnterviewd zou worden op een podium tijdens de boekpresentatie. Pim had hem gevraagd of hij daar dan toestemming voor nodig had om zijn medewerking te verlenen? De collega had geantwoord: ‘nou, geen toestemming, maar ik word wel geacht het te melden.’ En heeft de directie dan na die melding gezegd dat je hiervoor geen toestemming kreeg? Nou nee, maar het werd wel afgeraden om op het podium geïnterviewd te worden. Pim concludeerde dat dit te lastig was voor die collega. Niemand kreeg die avond te horen wie die collega was, maar hij zat wel in de zaal en uiteraard wist iedereen bij de Belastingdienst wel om wie het ging. 

Verwonderd blijven

Voor alle fiscalisten die het menselijke perspectief beter willen begrijpen is ‘Dammen op een Schaakbord’ een competentie die zeer waardevol is. Het op een goede manier rebels zijn door je vooral niet in de inhoudelijke loopgraven te begeven, maar met een zekere distantie (‘Alice in Wonderland’) verwonderd te blijven over de onzichtbare systemische manier van werken bij de belastingdienst leidt tot een betrokkenheid die productief is. Op het warme, menselijke niveau kan de verbinding worden gelegd. En alleen dan houd je het vol in de Champions League van de fiscaliteit. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *