The Floris Podcast over de calculerende overheid

De belastingmiljarden die alleen op papier bestaan

Met Ineke Koele & Pim Perquin  ·  speelduur podcast 31 minuten: klik hier

Er is één zin die elk fiscaal debat in Nederland binnen enkele minuten kan beëindigen: de begroting laat dit niet toe! Geen inhoudelijk weerwoord overleeft hem. Niet de vraag of een wet rechtvaardig is; niet de vraag of ze uitvoerbaar is; niet de vraag welke kettingreacties ze in de echte wereld veroorzaakt. Alleen het getal telt. In deze aflevering van de The Floris-podcast zoeken Ineke Koele en Pim Perquin uit waar dat getal eigenlijk vandaan komt en waarom het minstens zo vaak fictie is als feit.

Het budgettaire argument klinkt onschuldig, zelfs verstandig: elke fiscale maatregel heeft een prijskaartje, en dat prijskaartje moet je kennen voordat je een wet aanneemt. Het klinkt bovendien niet als een mening maar als rekenkunde. Precies daarin schuilt de kracht ervan. En het probleem.

Het Centraal Planbureau rekent namelijk bewust maar beperkt met gedragseffecten. Het directe effect van een maatregel op de eigen grondslag wordt meegenomen; het verschuiven van vermogen naar een andere box, of het anticiperen op een maatregel vóórdat die ingaat, meestal níet. En achteraf controleert vrijwel niemand of de raming ooit ergens op leek.

Over de periode 2003–2017 bedroeg de gemiddelde ramingsfout bij de inkomstenbelasting bijna dertig procent; bij de vennootschapsbelasting ruim zestien. In vijf van die vijftien jaren liep de totale afwijking op tot meer dan tien miljard euro.

DRIE CASUSSEN

Wat er gebeurt als je de raming naast de werkelijkheid legt

Wat deze aflevering onderscheidt van een principiële discussie, is dat Koele en Perquin de voorbeelden erbij pakken. Drie keer blijkt de afstand tussen raming en werkelijkheid enorm — en in beide richtingen.

Vereenvoudigde weergave van de voorbeelden uit de aflevering. De volledige onderbouwing staat in de longread op deze website: klik hier.

Bij de afschaffing van het schenken vanuit de vennootschap werd een opbrengst van 61 miljoen euro per jaar ingeboekt, door het CPB gecertificeerd, mét de kwalificatie ‘hoge onzekerheid’. Die onzekerheid was terecht. Sindsdien geeft een ondernemer die aan een goed doel wil schenken effectief 131 procent weg: honderd procent aan het doel, en 31 procent aan de fiscus. Wie doet dat nog? De raming ging ervan uit dat het geld dan maar als dividend zou worden uitgekeerd. Daar bleek geen enkele grond voor.

Bij de jubelton gebeurde precies het omgekeerde. Ouders maakten massaal gebruik van de vrijstelling om hun kinderen aan een huis te helpen, en de kosten voor de schatkist liepen op tot het tienvoudige van de raming. Ook dat had alles te maken met beleid elders: een vastgelopen woningmarkt.

Het meest ontregelende voorbeeld is box 3. Het argument om óók over ongerealiseerd rendement te heffen was keihard: zonder die keuze zou een geraamde opbrengst van ongeveer tien miljard euro wegvallen, en die stond al begroot. De Tweede Kamer nam de wet in februari 2026 aan. Kort daarna lag hetzelfde onderwerp alweer op de tekentafel, nu voor een vermogenswinstbelasting. Waar was die tien miljard toen gebleven?

VAN DEBATSTOPPER NAAR RECHTSZAAL

Wanneer het schild gaat discrimineren

Er is een grens, en die is inmiddels getrokken. Jarenlang betaalden ondernemers een fors hogere belastingrente dan andere belastingplichtigen, zonder inhoudelijke rechtvaardiging anders dan de opbrengst. Een handjevol mensen procedeerde door tot de Hoge Raad. In januari 2026 oordeelde die dat een lastenverzwaring die overwegend op budgettaire motieven berust, niet zonder goede grond bij één groep belastingplichtigen mag worden neergelegd.

Voor de rechter hield het argument dus geen stand. In het debat wordt het zelden zelfs maar getoetst. Dat maakt het budgettaire argument volgens Koele iets anders dan een economisch gegeven: het functioneert als machtsargument, juist omdat het alle andere argumenten doodslaat. Perquin brengt daar een mildere lezing tegenin: misschien is het eerder onmacht dan macht; een gat in de begroting, geen andere oplossing voorhanden, dus dan maar zó.

Onderweg passeren de herkenbare voorbeelden van kettingreacties die zelden worden doorgerekend:

  • Accijnsverhogingen die minder opleveren doordat mensen minderen of over de grens kopen
  • De btw-verhoging op recreatieve verhuur, die Duitse gasten wegjaagt en Nederlanders naar Duitsland stuurt
  • De btw op boeken, die een winkelstraat kan uithollen zonder dat dat ergens in een raming terugkomt
  • Verkeersboetes als begrotingspost — terwijl het streven toch een opbrengst van nul zou moeten zijn

WAT ER BETER KAN

Ramen mag, verantwoorden moet

Begrotingsdiscipline is een legitiem belang, en met de Wet HOF ook een juridische verplichting. Deze Nederlandse wet trad in werking op 1 januari 2013 en geeft de regels en middelen om de overheidsfinanciën gezond te houden. Maar die wet schrijft het eindresultaat voor, niet de weg ernaartoe. Koele en Perquin sluiten daarom af met een nuchtere agenda: evalueer fiscale maatregelen structureel achteraf, zoals in het Verenigd Koninkrijk gebeurt; geef de Tweede Kamer periodiek inzicht in het verschil tussen raming en werkelijkheid; en weeg het budgettaire argument altijd tegen de andere randvoorwaarden.

En er is een oefening die iedereen kan doen, luisteraars en politici incluis: zie je een fiscale maatregel voorbijkomen, denk dan eens door wat die nog méér in beweging zet. De complexiteit is vrijwel altijd groter dan het getal suggereert.

NU TE BELUISTEREN

Beluister nu nieuwe aflevering “De calculerende overheid” van de The Floris-podcast, met Ineke Koele & Pim Perquin. Het debat over belastingen getaxeerd — altijd met open vizier: klik hier

Meer afleveringen beluisteren? Klik hier.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *