Aftopping van de giftenaftrek ondermijnt onze democratie

De “Patagonia-revolutie” wordt gesmoord

De recente aankondiging van staatssecretaris Van Rij om de giftenaftrek te maximaliseren tot €250.000 was het spreekwoordelijke fiscale duiveltje uit het doosje. Waarom die aftopping opeens? Voor welk probleem is dit een oplossing? En welke gevolgen gaat die hebben voor de samenleving, met name bij de overdracht van familiebedrijven aan een maatschappelijke stichting, zoals recent bij het wereldbefaamde Patagonia? Als de voorgestelde aftopping doorgaat worden ondernemers en families gefnuikt in hun poging om vermogen terug te geven aan de samenleving. In dit artikel fileert Ineke Koele de populistische retoriek van MinFin. Een rationele onderbouwing vanuit de overheid om de giftenaftrek te begrenzen ontbreekt ten ene male.

Lucebert: Alles van Waarde is Weerloos 

Onlangs werd de wereld verheugd met het bericht dat de oprichter van kledingmerk en wereldhit Patagonia, Yvon Chouinard, zijn bedrijf overdroeg aan een maatschappelijke instelling die klimaatverandering tegengaat en de snel slinkende natuur op aarde beschermt. Het is een feit dat overheden op dit terrein al jaren verzaken door politieke patstellingen of zelfs bewust anti-klimaatbeleid, waardoor ondernemers en burgers vanuit hun civil society-rol hier de katalysator voor verandering moeten zijn. Door overdrachten zoals die door Patagonia van privaat naar publiek worden ook issues op het gebied van vererving en eigendom opgelost. Die leiden in de praktijk maar al te vaak tot grote conflicten en uiteindelijk tot de neergang van een door een familie gehouden bedrijf. Chouinard noemt het weggeven van zijn bedrijf ‘de ideale oplossing’ voor zijn familie[1]. Deze oplossing is in Amerika revolutionair, terwijl er in Noord-Europa talloze voorbeelden zijn van impactvolle bedrijven die ooit door familie werd overgedragen aan een maatschappelijke stichting[2]. Een bekend Nederlands voorbeeld is de Bernard van Leer Foundation. Er is een hernieuwde belangstelling voor deze ‘alternatieve eigendomsstructuren’ of ‘stewardship-organisaties’ om uit de neerwaartse spiraal te raken van bedrijven die zo nauw met de familie zijn verbonden, dat ze op den duur door interne verdeeldheid en ruzies ten onder gaan. Door een overdracht naar een stewardship-organisatie wordt dat niet alleen voorkomen, maar profiteert ook de samenleving (goede doelen) ervan. Een dubbelsnijdend zwaard. 

Fiscaal konijn uit hoge hoed

Het is daarom op z’n minst opmerkelijk dat MinFin-staatssecretaris Van Rij onlangs een maatregel voorstelde die effectief vanaf 2023 een overdracht van een bedrijf aan een maatschappelijke instelling in Nederland onmogelijk maakt. De reden hiervoor is dat de giftenaftrek zou moeten worden beperkt tot een bedrag van €250.000, terwijl tegelijkertijd de belastingheffing over de gift in stand wordt gelaten. In de praktijk wordt de giftenaftrek gebruikt om de belastingheffing over de gift te neutraliseren, waardoor er per saldo geen belasting verschuldigd is over een schenking van bedrijfsaandelen aan een algemeen nut beogende instelling (anbi).

De retoriek die MinFin en Belastingdienst gebruiken om het voorstel te onderbouwen riekt een uur in de wind naar populisme en heeft alle schijn van een rookgordijn om de werkelijke redenen te verhullen. In het Engels heet dat ‘doublespeak frame’: een bewuste poging om de waarheid te verhullen. Waarom en hoe? Een onthullende reconstructie. 

Een unieke fiscale kronkel

Het probleem: onrechtvaardige belastingheffing bij schenking van box 2-aandelen aan een anbi

In tegenstelling tot de meer ontwikkelde Angelsaksische rechtssystemen op het gebied van filantropie, wordt in Nederland sinds jaar en dag vermogenswinstbelasting in box 2 berekend over de waarde in het economische verkeer bij een schenking van aandelen in een bedrijf aan een maatschappelijke stichting (anbi). Dat is bovendien heel merkwaardig, want zonder dat je er iets voor terug ontvangt als je je bedrijfsaandelen aan de samenleving schenkt, moet je over de waarde van die aandelen in het economische verkeer fictief toch 26,9% belasting betalen[3]. Er bestaat geen enkele rechtvaardiging voor deze heffing in deze omstandigheden. De wetgever heeft nooit rekening gehouden met deze mogelijkheid. 

In alle democratische rechtssystemen zijn schenkingen aan charities – de internationale benaming voor de Nederlandse anbi – vrijgesteld van inkomstenbelasting en schenkbelasting. En, afhankelijk van de politieke keuzes van een land, bovendien (in meer of mindere mate) aftrekbaar van de inkomstenbelasting. De reden hiervoor is dat charitatieve instellingen essentieel zijn voor het functioneren van de democratische rechtsorde, door pluriformiteit te garanderen. Een democratische samenleving erkent – met als schoolvoorbeeld de scheiding van kerk en staat – dat de overheid geen monopolie heeft op het algemeen nut. Daarmee geldt dus een principiële gelijkschakeling van anbi’s met de overheid en gaat het niet over – en al heel helemaal geen neerbuigende – ‘gunst’ of ‘incentive’ of ‘belastingmaatregel’. De maatschappij profiteert niet alleen van filantropen omdat die hun private vermogen voor het algemeen belang inzetten, maar ook door de variëteit in keuzen die door individuele filantropen hierbij worden gemaakt. Daarbij geldt bovendien dat anbi’s heel vaak activiteiten verrichten ten behoeve van het algemeen nut dat de overheid zelf niet kan verrichten, door de beperkingen die de overheid nu eenmaal naar haar aard heeft. De overheid moet kunnen inzien dat zij zelf meer gericht is op korte termijn dan lange termijn. Dat haar risicobereidheid relatief laag is door de periodieke verkiezingen en dat er voor veel algemeen nuttige ontwikkelingen eenvoudig geen plek is binnen haar electorale rondjes om de Hofvijver. In een ontwikkelde democratische samenleving dienen geldstromen van en naar anbi’s daarom gevrijwaard te blijven van belastingheffing. De overheid hoeft toch ook niet over ontvangen belastinginkomsten zelf weer belasting te betalen? 

Eenvoudig gezegd mag er geen concurrentie bestaan tussen overheid en algemeen nut, om een veerkrachtige democratie te waarborgen. Daarbij bepaalt de wetgevende macht de randvoorwaarden en vereisten die aan dat algemeen nut gesteld worden en zorgt de uitvoerende macht voor handhaving van die randvoorwaarden en vereisten. 

In de huidige Nederlandse praktijk wordt bij overdracht van een bedrijf aan een anbi de giftenaftrek gebruikt om de inkomstenbelasting over de fictieve winst in box 2 te compenseren. Die merkwaardige neutraliseringstruc speelt dus geen rol als ‘belastingontwijking’, maar is feitelijk een technisch foefje om aan een kromme en ongerechtvaardigde tegenstrijdigheid in onze inkomstenbelasting een mouw te passen.

Feitelijk wordt in veruit de meeste gevallen de gehele giftenaftrek gebruikt om de box 2-heffing over de fictieve winst te compenseren. Onze wet voorziet er bovendien in dat, voordat je verrekent in box 2, eerst de inkomsten uit box 1 en box 3 moet gecompenseerd. Bovendien moet het tempo van de overdracht ook worden aangepast: je schenkt niet in één keer, maar over vijf jaar in gelijke bedragen.

Hoe werkt dat? Een voorbeeld.

Giftenaftrek in actie: een verhelderend voorbeeld

Een ondernemer heeft een inkomen van €150.000 in box 1, geen inkomen in box 3 en schenkt de helft van zijn bedrijf aan een anbi. Het bedrijf is door haar zelf opgericht en heeft nu een waarde van €10 miljoen. Zij maakt dan bij schenking van de helft van haar aandelen een fictieve winst van €5 miljoen, die belast wordt in box 2.  Als de schenking de vorm aanneemt van een periodieke gift, kan zij eenvijfde van de schenking van €1 miljoen (vijf miljoen over vijf jaar) aftrekken van haar inkomen in het jaar van schenking. Daarvan wordt dan eerst het inkomen in box 1 en box 3 verrekend, zodat zij per saldo belasting betaalt over € 4.150.000 in box 2. Daarover moet zij, zonder uitstel, ruim €1.116.000 inkomstenbelasting betalen in het jaar van de schenking. Weliswaar kan zij in de vier daaropvolgende jaren een miljoen euro aan giftenaftrek in mindering brengen op haar inkomen van €150.000 per jaar, maar niet op het box 2-inkomen in het jaar van de schenking. De heffing van ruim €1,1 miljoen in het jaar van de schenking maakt het daarom onmogelijk om over te gaan tot een schenking aan een anbi. Alleen door de schenking op te delen in vijf jaarlijkse gelijke hoeveelheden van aandelen (van jaarlijks 10% van de aandelen ter waarde van €1 miljoen per jaar) kan zij de periodieke gift laten samenlopen met de jaarlijkse winst van €1 miljoen in vijf jaarlijkse tranches. 

Er is wel een belangrijke voorwaarde: je moet geven met ‘de warme hand’. Als de vrouwelijke ondernemer in ons voorbeeld binnen de vijfjaarsperiode zou overlijden, dan vervalt ijskoud de aftrek, maar blijft de belastingheffing over de fictieve winst wel bestaan. En die belasting zou dan door de erfgenamen van de ontijdig overleden ondernemer uit de nalatenschap moeten worden opgehoest. 

Resumerend. Op basis van de huidige wet komt het bedrag van €1 miljoen schenking van onze voorbeeldondernemer eerst in aftrek op haar box 1-inkomen; dan op haar box 3-inkomen en pas daarna komt verrekening met de fictieve winst in box 2 aan de orde. Dat betekent in dit voorbeeld dat door de techniek van de wet het lijkt, alsof onze ondernemer geen belasting betaalt over haar arbeidsinkomen en overig vermogen (ter hoogte van €150.000 per jaar). Per saldo blijft een box 2-inkomen ‘staan’ van €150.000 dat tegen 26,9% belast wordt. Maar dat was natuurlijk helemaal niet de bedoeling van de ondernemer, maar wel het gevolg van deze onvolkomen verrekensystematiek in het boxenstelsel van de inkomstenbelasting. 

In de politiek wordt alles vloeibaar

Aan deze incongruentie van een belastingheffing over fictieve winst bij schenking is vaker aandacht besteed in de vakliteratuur[4], naar ik meen ook door mr. Marnix van Rij in zijn voormalige functie als belastingadviseur en ingevoerde in de wereld van de filantropie, maar daar is nooit gehoor aan gegeven. Het is dan wel cynisch te vernemen dat Van Rij in zijn capaciteit als Staatsecretaris nu gevoelig blijkt voor de populistische retoriek – waarover hierna uitgebreid meer – van de beleidsmakers binnen zijn eigen MinFin en nu voorstelt om de giftenaftrek te beperken tot € 250.000. Dat wil zeggen: zonder aandacht te besteden aan de out of pocket inkomstenbelasting over de ‘fictieve’ winst bij een schenking. 

Het resultaat van dit voorstel bij invoering laat zich eenvoudig raden. Er is straks natuurlijk geen enkele ondernemer die zijn bedrijf aan een anbi zal schenken als hij tegelijkertijd een belastingaanslag van 26,9% van de fictieve ‘winst’ tegemoet kan zien. Het beperken van de giftenaftrek kan dus alleen op een maatschappelijke verantwoordelijke wijze worden gerealiseerd als tegelijkertijd ook een vrijstelling voor schenkingen van box 2-aandelen aan anbi’s wordt ingevoerd.  Dat is toch wel de minimale ondergrens voor een fatsoenlijke wetgeving, wil Nederland althans niet geheel uit alle rankings voor vrijheid van filantropische organisaties worden gegooid tot een ‘Hongarije-niveau’. Hoe heeft dit zo ver kunnen komen?

De campagne van MinFin

De uitvoerende macht strijdt al jaren voor afschaffen of aftoppen van de giftenaftrek

Het Ministerie van Financiën doet al jaren zijn best om de giftenaftrek af te schaffen. Het is net een badeendje dat telkens omhoog plopt. Er heerst op MinFin een enorm negatieve frame over de nut en noodzaak van de giftenaftrek. In 2010 en 2012 waren er al commissies (Commissie Van Weeghel resp. Commissie Van Dijkhuizen) die pleitten voor afschaffing van de giftenaftrek. Daarbij werd formeel de reden aangevoerd dat deze “niet effectief” zou zijn, maar uit het onderzoek waar deze analyse op gebaseerd was, kon die conclusie helemaal niet worden getrokken. Dit echec is breed uitgemeten in de vakliteratuur. De werkelijke reden voor afschaffing lijkt technocratisch: de giftenaftrek zou niet goed in te passen zijn in de vooringevulde aangifte en was daarom “lastig”. Die vervelende giftenaftrek was de spreekwoordelijke haar in de soep van de uitvoerders. Het werkelijk en principiële doel van de giftenaftrek – te weten een level playing field in stand houden tussen maatschappelijke organisaties en overheid, zoals ik hierboven al betoogde – wordt uit moedwil of onwetendheid nergens genoemd, ook al omdat een dergelijk doel zich klaarblijkelijke verre boven ambtelijke ‘evaluaties’ verheft. In handen van technocraten lijkt (bijna) alles van waarde (bijna) weerloos.

In 2017 is het spel opnieuw op de wagen: dan wordt de giftenaftrek geëvalueerd door een als ‘onafhankelijk’ geafficheerd bureau en de uitkomst laat zich raden. Als reactie op de eerdere evaluaties wordt onder de noemer ‘vereenvoudiging’ voorgesteld (door toenmalig staatssecretaris Menno Snel) om de periodieke giftenaftrek te onderwerpen aan ‘een plafond’. Dit voorstel haalde weliswaar de eindstreep niet, maar werd wel het aftrektarief voor alle persoonlijke verplichtingenen daarmee ook voor de giftenaftrek afgebouwd, waardoor een periodieke gift binnenkort nog maar aftrekbaar is tegen 37,07 %. Filantropen betalen dus een superprogressief tarief in box 1, wat gelijkstaat met en beperkte aftrek van de schenking. Zelfs als het gehele box 1-inkomen zou worden geschonken, blijft immers nog ongeveer 12% van het geschonken inkomen belastbaar. Staatssecretaris Weekers was eerder wel succesvol in het terugdringen van bedrijfsfilantropie. In 2012 werd onder tegelijktijdig tromgeroffel van een ‘Geefwet’ de mate van aftrekbaarheid van giften door bedrijven al beperkt tot € 100.000 per jaar. 

In 2022 probeert het Ministerie een andere tactiek: het frame van ‘belastingontwijking’ doet het in deze populistische tijden immers bewezen goed. In het IBO-rapport (Interdepartementeel Beleidsonderzoek) ‘Vermogensverdeling’ van 1 juli 2022, dat is aangeboden door de voorzitster van de AFM Laura van der Geest, wordt een ‘Bijlage’ toegevoegd. Die bijlage is afkomstig van het uitvoerende deel van het Ministerie van Financiën, en het draagt de omineuze titel: ‘Opmerkelijke belastingconstructies’. De goede verstaanders weten dan al: hier gaat het over belastingboefjes, fraudeurs en slimme ontwijkers die de schatkist benadelen voor eigen gewin. 

De orkestratie is evident

Wat zijn dan die ‘opmerkelijk belastingconstructies’? Het eerste voorbeeld is het schenken van vermogen aan een ‘zelf opgerichte’ anbi. Pardon? Vrijwel alle grote vermogensfondsen in Nederland zijn ontstaan door oprichting van vermogende weldoeners of bedrijven en dit kan onmogelijk als een ‘opmerkelijke belastingconstructie’ worden gekwalificeerd. Daarbij wordt dan opgemerkt dat de groep zeer vermogende personen met een vermogen van meer dan €25 miljoen bijna 40% van het ‘budgettaire beslag’ van de giftenaftrek voor zijn rekening neemt, terwijl voor de groep met meer dan €1 miljoen dit percentage ruim 52% bedraagt… Je moet echt twee keer lezen om te geloven dat het er echt staat. Dus nu wordt het gebruik van de giftenaftrek, óók als deze noodzakelijk is om een ongerechtvaardigde fictieve winst te compenseren, aangeduid als het gebruik van het ‘budgettaire beslag’ van de giftenaftrek. Dat is een schoolvoorbeeld van doublespeak frame, die de waarheid probeert te verdoezelen. Hiermee wordt bovendien de onjuiste suggestie gewekt dat het hier om ‘gemiste’ belastingopbrengsten gaat, die zoals dat meestal heet, ‘ten koste’ gaat van de belastingbetaler. Over de schenking aan het goede doel en de maatschappelijke winst wordt met geen woord gerept.

De framing komt op toeren. Er wordt verder opgemerkt dat bij de groep met meer dan €25 miljoen vermogen in 94% van de gevallen sprake was van een ‘zelf opgerichte’ ANBI, bij mensen met meer dan €1 miljoen is dat bij minimaal 66% het geval. Dat wordt hier dus neergezet als blamerend en ‘belastingontwijking’. Alsof een zelf opgerichte ANBI niet echt meetelt, geen ‘echte’ ANBI is of althans bij voorbaat ‘verdacht’ is. 

De massamedia lijken bevattelijk voor de framing van de giftenaftrek door MinFin. In de aanloop naar Prinsjesdag op 15 augustus komt het NOS Journaal met een als scoop verpakte opening: ‘Vermogenden gebruiken eigen goede doelen als belastingconstructie’. Een groot deel van Nederlands gulste donateurs ontwijkt belasting door middel van hun giften. In sommige gevallen betalen de miljonairs zelf helemaal geen inkomstenbelasting. Bij grote periodieke giften gaat de donatie in veel gevallen naar een ‘zelf opgerichte’ ANBI. De cijfers uit het rapport worden hier herhaald. Nu weten alle belastingbetalers het: grote filantropen zijn ‘more equal’ dan gewone donateurs. Het is een schande.

De orkestratie is evident. De electoraal goed vallende oplossing voor al die vermeende belastingontwijking: een cap op de giftenaftrek van €250.000. Maar voor welk probleem is dit eigenlijk een oplossing? En erger: tot welke grotere problemen leidt deze ‘oplossing’.

Suggesties voor verbetering 

Als ‘eigen ANBI’s’ dan zo in de beklaagdenbank zitten, waarom gaan we dan niet net als in de VS extra voorwaarden opleggen aan die anb’s die niet onder het brede publiek donaties werven en die voorwaarden ook verbinden aan sancties ? Een florerende democratie heeft een prijs en de overheid heeft als kerntaak om de voorwaarden daarvoor neer te zetten en te bewaken. Met name op het terrein van de due diligence-voorwaarden aan de bestedingenkant is er mijns inziens veel winst te boeken. 

Ook ligt het voor de hand om de fictieve winsten in de inkomstenbelasting bij schenkingen aan anbi’s af te schaffen en de giftenaftrek te koppelen aan de schenking, zodat inkomen in box 1 alleen in aanmerking komt voor verrekening als ook daadwerkelijk box 1-inkomen wordt geschonken. De wet kent deze mogelijkheid nu niet en daar kan geen filantroop iets aan veranderen. De wetgever wél.  

Openlijke oorlogsverklaring

Er zijn ook cynische geluiden te horen over filantropen, die hun vermogen alleen zouden weggeven om geen belasting meer over te hoeven betalen[5]. Deze discussie wordt door MinFin niet aangezwengeld. Dat zou ook heel gedurfd zijn, omdat dan openlijk de concurrentieoorlog wordt verklaard aan de civil society. En daarmee ook aan de ‘monitordemocratie’ die door de organisaties in het  maatschappelijke middenveld worden geborgd. Het moet voor een goed functionerende democratische overheid anno 2022 toch kristalhelder zijn dat onze civil society in samenhang met de overheid functioneert en daarmee niet in concurrentie treedt. Juist nu de kloof tussen politiek en bevolking verbreedt, wordt de waarde van het private maatschappelijk initiatief cruciaal om de ‘checks and balances’ te versterken waarmee populisme en willekeur worden bestreden.

Zo lopen de hazen in fiscaal Nederland

Moeten we het dan nog een keer héél duidelijk zeggen? Uiteraard kunnen particulieren geen belasting betalen over vermogen dat zij hebben afgestaan aan het algemeen belang. Cynische uitlatingen daarover passen in een tijd van polarisatie en popularisering, maar moeten met kracht bestreden te worden[6]. Door iedereen die een waarachtige democratie voorstaat. De overheid dus niet als laatste. Het is daarom des te wranger dat de door technocratische motieven gedreven framing vanuit MinFin juist bijdraagt aan de polarisatie en dus aan de betonrot in ons democratische fundament.

Het voortdurend aan de orde stellen van de giftenaftrek maakt intussen wel dat hoognodige maatschappelijke vernieuwingen niet voldoende tot ontwikkeling komen. Er hangt alsmaar een dreiging boven de ontwikkeling van major donorbeleid in Nederland. We zijn mede daardoor een beetje het achterlijke neefje binnen de familie van de meer ontwikkelde rechtsordes op het gebied van filantropie. 

Tegelijkertijd stemt het buitengewoon cynisch dat de sterke lobby voor het behoud voor de uiterst genereuze bedrijfsopvolgingsregeling voor vermogende aandeelhouders van familiebedrijven, ondanks alle rapporten van het CPB en het IBO over vermogensongelijkheid (‘De sterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten’) in Nederland, wederom is geslaagd. Een mogelijk beroep op het corrigeren van ‘ongelijkheid’ in Nederland door de staatssecretaris is bepaald ongeloofwaardig als deze grootste generieke vrijstelling voor vermogende families in deze vorm blijft bestaan, terwijl deze budgettair zeer significant is. Zo werkt beïnvloeding dus. Zo lopen de technocratische hazen in fiscaal Nederland. 


[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2022/09/14/oprichter-kledingmerk-patagonia-geeft-bedrijf-weg-om-klimaatverandering-te-bestrijden-a4141955.

[2] Zie voor achtergronden en meer informatie: Dr. I.A. Koele en Prof. R. K. Feldthusen, Shareholder Foundations of enterprises: the North European style of securing family businesses for the long term – rising up to the global challenge, Trusts & Trustees, Oxford University Press, September 2020, te raadplegen op https://www.koeletaxlegal.com/publicaties.

[3] Artikel 4.22 lid 1 Wet IB 2001 bepaalt dat bij schenking van aanmerkelijk belang aandelen fictief de waarde in het economische verkeer als tegenprestatie wordt aangemerkt. 

[4] Dr. I.A. Koele, Inspiratie voor een Goede Geefwet, Fiscaal Tijdchrift Vermogen, maart 2011, te raadplegen op https://www.koeletaxlegal.com/publicaties/inspiratie-voor-een-goede-geefwet.

[5] Over de familie Chouinard, die geen giftenaftrek krijgt voor haar schenking aan het algemeen nut, wordt zelfs gezegd dat ze ‘belasting besparen’ door geen vermogenswinstbelasting te hoeven betalen die ze anders wel verschuldigd waren geweest bij vervreemding van de aandelen: https://www-businessinsider-com.cdn.ampproject.org/c/s/www.businessinsider.com/patagonia-big-climate-donation-saves-1-billion-in-taxes-yvon-chouinard2022-9?amp.

[6] Beth Breeze, In defence of philanthropy, Columbia University Press. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *