The Floris Podcast met prof. Edwin Heithuis over de vastgelopen hervorming van box 3

Wie wacht, betaalt meer: een uitweg uit de box 3-impasse

Nederland worstelt al jaren met box 3. Nu ook politiek een patstelling dreigt tussen belasting heffen over jaarlijkse vermogensaanwas of pas over de winst bij verkoop, komt prof. Edwin Heithuis met een andere route. Belast gerealiseerde vermogenswinst, zegt hij, maar maak wachten duurder. Zo kan een begrijpelijk belastingstelsel worden gecombineerd met een prikkel om belastingheffing niet eindeloos uit te stellen.

Edwin Heithuis weet waarover hij spreekt. Hij is hoogleraar fiscale economie aan de Universiteit van Amsterdam, wetenschappelijk adviseur bij BDO Belastingadviseurs en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Den Haag. Als deskundige adviseerde hij bovendien de Eerste Kamer over de Wet werkelijk rendement box 3. In de nieuwste aflevering van The Floris-podcast fileert hij niet alleen de twee systemen waartussen Den Haag gevangen lijkt te zitten, maar doet hij ook een concreet voorstel voor een uitweg.

Den Haag zit vast. Coalitiepartijen D66, VVD en CDA wisten vóór Prinsjesdag geen akkoord te bereiken over de toekomst van box 3, en het kabinet mikt nu op een oplossing in de Voorjaarsnota 2027. De Eerste Kamer eist tekst en uitleg in de voorbereiding van de behandeling van het Belastingplan. In de Kamerbrief staan verschillende scenario’s naast elkaar: doorgaan met de Wet werkelijk rendement, die wet gebruiken als tussenstap naar een vermogenswinstbelasting of sneller overstappen naar zo’n stelsel.

Onder die budgettaire en politieke discussie ligt een principiële vraag: moeten we belasting heffen over waardestijgingen die nog niet in euro’s zijn omgezet, of pas wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd?

Waarom de aanwasbelasting schuurt

Heithuis is geen tegenstander van de vermogensaanwasbelasting. Hij noemt haar ronduit het ‘theoretisch betere’ systeem. Het belangrijkste argument van economen onderschrijft hij: omdat er geen belasting bij verkoop wordt geheven, is er geen prikkel om beleggingen vast te houden om belastingheffing te vermijden. Dat lock-in-effect verdwijnt en kapitaal gaat naar de beste aanwending. Die positie wordt stevig verdedigd, onder meer door Bas Jacobs en collega’s in een ESB-themanummer over het belasten van vermogen. Tussen theorie en uitvoering zitten volgens Heithuis echter vijf praktische  bezwaren. 

Nederland staat er alleen voor. Dit is voor Heithuis het doorslaggevende bezwaar. Nergens ter wereld bestaat een algemene vermogensaanwasbelasting voor particulieren. Overal geldt als vanzelfsprekend dat je belasting betaalt als je het rendement in handen hebt. Een land dat daar in zijn eentje van afwijkt, krijgt aansluitingsproblemen zodra mensen de grens over gaan.

Neem de belegger in Nederland, die hier jaarlijks over zijn waardestijging afrekent en later vertrekt naar een land dat bij verkoop heft. Dat land belast de volledige verkoopwinst, inclusief het deel dat Nederland al belastte. Belastingverdragen zijn gebouwd op verrekening van belasting over hetzelfde inkomen in dezelfde periode, en dat mechanisme loopt vast als het ene land jaarlijks heft en het andere eenmalig bij verkoop. Het gevolg is dubbele heffing. In een omgekeerde situatie (van VS naar Nederland, alwaar verkoop) ontstaat juist een heffingslek, waarbij geen enkel land heft. Dat is natuurlijk geen detail in een economie met zoveel expats, internationale ondernemers en grensoverschrijdende gezinnen als de Nederlandse.

Vermogen stemt met de voeten. De historie die Heithuis schetst is weinig bemoedigend. Toen Nederland in de jaren negentig nog een vermogensbelasting had, vertrokken particulieren met substantieel vermogen op grote schaal naar België, waar die belasting ontbrak. Hij wijst ook op het buitenland. In Frankrijk vertrok Gérard Depardieu na de introductie van een extreem hoog toptarief demonstratief. Na aanscherpingen in Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk verhuisden vermogenden naar Zwitserland. Hoe groot zulke vertrekgolven werkelijk zijn, is onder economen een discussie. Het mechanisme staat niet ter discussie: wie belast wat mobiel is, moet rekening houden met vertrek.

De gevolgen zijn precies het omgekeerde van wat de aanwasbelasting beoogt. Wie de belasting invoert om vermogensongelijkheid aan te pakken en daarmee de grootste vermogens over de grens jaagt, heeft uiteindelijk minder te herverdelen.

De kas en de kalender. Belasting betalen gebeurt in euro’s, niet in aandelen. Wie belast wordt over een waardestijging die niet is verzilverd, moet mogelijk verkopen om de aanslag te voldoen. Het moment daarvan kiest hij niet zelf: de aanslag komt wanneer de Belastingdienst hem oplegt, soms jaren later, met zes weken betaaltermijn en misschien net nadat de markt is ingestort. Dan wordt een tijdelijk papieren winst een gerealiseerd verlies. In de erfbelasting mag je onder voorwaarden met kunst betalen, maar in de inkomstenbelasting kun je de fiscus geen aandelen geven. Dat zou wel het probleem oplossen. 

Elk jaar een waarderingsgeschil. Voor beursgenoteerde aandelen volstaat de koers op 31 december. Voor illiquide belangen ligt het anders. Heithuis noemt het voorbeeld van de achterneef met enkele procenten in een oud familiebedrijf. Dat belang valt onder de 5 procent en dus in box 3, en moet onder de Wet werkelijk rendement elk jaar gewaardeerd worden. In de oorspronkelijke consultatieversie vielen zulke incourante aandelen nog onder de vermogenswinstbelasting, maar ze zijn eruit gehaald vanwege mogelijke staatssteun. Wie de procedures kent over waarderingen bij de bedrijfsopvolgingsregeling, die zich maar één keer per generatie voordoen, kan zich voorstellen wat een jaarlijkse herhaling betekent voor de verhouding tussen burger en fiscus. Heithuis ‘houdt zijn hart vast’ bij wat er dan gaat gebeuren (lees: veel belastingprocedures op jaarlijkse basis). 

Wat de burger niet begrijpt, accepteert hij niet. Het laatste bezwaar is het minst technische en misschien het belangrijkste. Een vermogenswinstbelasting “snappen ze zelfs na tien bier nog”, zegt Heithuis. Voor een aanwasbelasting heb je ook broodnuchter veel uitleg nodig. Belastingmoraal rust op begrip. Een heffing die als onrechtvaardig wordt ervaren, bijvoorbeeld omdat je belasting betaalt over geld dat je niet hebt, roept ontwijking en verzet op. Na de jaren van het forfaitaire box 3-stelsel, dat bij spaarders neerkwam op effectieve tarieven van meer dan 100 procent van het werkelijke rendement, is het vertrouwen van de belastingplichtige kwetsbaar.

Eerst internationaal, dan pas aanwas. 

De conclusie van Heithuis is dat volgorde anders moet.  Een aanwasbelasting organiseer je eerst internationaal, via de EU en daarna de OESO, en pas dan nationaal. Dat dit niet naïef is, bewijst volgens hem de mondiale minimumbelasting voor multinationals van 15 procent. Die kwam uit de OESO, werd door de EU in een richtlijn omgezet en ging daarmee in één klap in een groot aantal landen gelden. Heithuis geeft toe dat hij er aanvankelijk niets van verwachtte. Het systeem is niet perfect, want juist grootmachten als de Verenigde Staten en China onttrekken zich. Maar het begin is er. Met het G20-initiatief onder Braziliaans voorzitterschap om zeer vermogenden een mondiaal minimum te laten betalen, is ook voor particulieren een eerste stap gezet.

Tot die coördinatie er is, kiest Heithuis voor de second best-oplossing: een vermogenswinstbelasting over de hele linie. Die sluit aan bij box 2, bij de IB-ondernemer, bij de vennootschapsbelasting en bij de rest van de wereld. Daarmee is één probleem nog niet opgelost: het uitstel.

Het voorstel: een prijs op geduld

Hoe krijg je de begrijpelijkheid van een vermogenswinstbelasting zonder het uitstelgedrag? Heithuis’ antwoord: met tarieven. Houd het huidige tarief van 36 % – of verlaag het tarief tot 31% – voor reguliere opbrengsten zoals rente, dividend en huur. Belast verkoopwinsten hoger, met bijv. 40% of 45%. “Dan weet ik zeker dat iedereen heel snel gaat realiseren. En dan ben je je uitstelgedrag kwijt.”

Hij voegt er een argument aan toe dat in de huidige impasse misschien het zwaarst weegt. De overheid denkt in kastermen. Een systeem dat belastingplichtigen verleidt om eerder af te rekenen, haalt opbrengst naar voren. Daarmee verdwijnt precies het nadeel waarom het kabinet terugschrikt voor de vermogenswinstbelasting. Dat zou belastingheffing neutraler maken. 

Een voorbeeld dat blijkt te werken 

Het idee is niet theoretisch. Sinds 2024 kent box 2 twee schijven, en in 2026 geldt 24,5% over de eerste € 68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang per persoon en 31% daarboven. De bedoeling was expliciet gedrag sturend: ondernemers stimuleren om winst vaker in delen uit te keren, zodat er geen belastinguitstel door winstinhouding ontstaat. Tegelijkertijd werd ‘excessief lenen’ fictief tot een dividend gerekend. 

Het werkt. Onderzoekers van SEO, het ministerie van Financiën en Tilburg University analyseerden de aangiftedata in ESB. Zij concluderen dat het tweeschijvenstelsel een rem lijkt te zetten op belastingplanning en uitstelgedrag, omdat het fiscaal aantrekkelijk wordt om jaarlijks tot de schijfgrens dividend uit te keren. Dat leidt tot een stabielere en meer regelmatige afdracht, tegen een lager tarief maar over een bredere basis. Ook de aanloop is veelzeggend. Dga’s met grote opgepotte winsten haalden hun uitkeringen naar 2023, toen het uniforme tarief van 26,9 procent nog gold, en het gemiddelde uitgekeerde bedrag verdubbelde meer dan. Dga’s reageren al jaren sterk op prikkels. In aanloop naar de tariefsverhoging van 2020 steeg het totaal uitgekeerde dividend van 9 miljard euro in 2018 naar 21 miljard euro in 2019. 

Er zit een historische ironie in. Vóór 1997 was de verhouding in de aanmerkelijk belang sfeer precies omgekeerd, zoals Heithuis vertelt. Dividend werd progressief belast tot 60 procent en verkoopwinst tegen een bijzonder tarief van 20 procent. We beloonden dus het oppotten. In 1997 werden de tarieven gelijkgetrokken. Sinds 2024 draaien we de prikkel om. De wetgever stuurt al decennia, alleen niet altijd in dezelfde richting.

Wil je uitstel echt beprijzen, dan moet de toeslag afhangen van tijd of van omvang. Die gedachte is in de economische literatuur al uitgewerkt. Roozenbeek, Hummel en Ziesemer bepleiten in ESB zogenoemde retrospectieve belastingen: heffen bij realisatie, maar rente rekenen over de uitgestelde belastingschuld, zodat het fiscale voordeel van uitstel grotendeels verdwijnt. 

Heithuis’ voorstel is de uitlegbare versie van die gedachte. De retrospectieve methode is theoretisch zuiverder, maar legt u dat maar eens uit op een verjaardag. Een vermogenswinstbelasting “snappen ze zelfs na tien bier nog”, zegt Heithuis. Een gesplitst tarief ook. De ontwerpvraag is hoe je de eenvoud van het één combineert met de werking van het ander. Een schijf voor jaarlijks gerealiseerde winst naar box 2-model is een denkbare tussenweg.

Gedragsmatige werking 

Hoewel het geen nudging is in de strikte zin van Thaler en Sunstein (2008, Nudge) omdat dit een echte financiële prikkel behelst, laat het voorbeeld in box 2 zien dat de werking ervan grotendeels gedragsmatig is. De schijfgrens wordt een referentiepunt: ruimte die je “laat liggen” voelt als verlies. In de adviespraktijk is “keer jaarlijks uit tot de grens” inmiddels standaardadvies, en een standaardadvies is in feite een default. Het meest beproefde instrument uit de gedragseconomie ontstaat hier via de adviseur en niet via de wetgever.

De bredere literatuur over belastinggedrag wijst dezelfde kant op. Het bekendste veldexperiment is dat van de Britse belastingdienst HMRC. Korte zinnen over sociale normen en publieke voorzieningen in aanmaningsbrieven beïnvloedden het moment van betalen, en in de eerste 23 dagen werd zo naar schatting ruim £9 miljoen eerder geïnd, tegen verwaarloosbare kosten. Timing blijkt beïnvloedbaar. In Nederland liet de WRR in Weten is nog geen doen (2017) zien dat beleid dat rekent op planning en zelfdiscipline van burgers structureel te veel vraagt. Dat onderstreept Heithuis’ punt over de burger die zijn aanwasbelasting niet reserveert. 

De paradox, en drie vragen voor Den Haag

Er zit een mooie spanning in dit gesprek. Heithuis sluit af met het pleidooi dat belastingheffing neutraal moet zijn. De sturing die hij vervolgens voorstelt dient hier juist de neutraliteit: ze moet het verschil in uitkomst tussen box 2 en box 3, en tussen realiseren en oppotten, kleiner maken.

Dat levert drie vragen op die de onderhandelaars in Den Haag op de voorgrond moeten plaatsen: 

  1. Als een vermogenswinstbelasting miljarden kost omdat het de opbrengst naar achteren schuift, waarom rekent niemand door wat een ontwerp oplevert dat uitstel ontmoedigt ? 
  2. Als box 2 bewijst dat vermogende belastingplichtigen massaal reageren op tariefprikkels, waarom behandelen we box 3 alsof gedrag een gegeven is?
  3. En wie een aanwasbelasting wil, begint die dan in Den Haag of in Brussel en Parijs?

De impasse in Den Haag gaat nu over de vraag: aanwas of winst? Zolang Nederland die vraag alleen moet beantwoorden, is de betere vraag wat uitstel van belastingheffing de belastingbetaler mag kosten. 


VERDER LEZEN

De discussie over box 3 raakt direct aan een breder vraagstuk waarover The Floris eerder publiceerde: de grote invloed van belastingramingen op politieke besluitvorming. Een alternatief kan inhoudelijk aantrekkelijk zijn en toch stranden omdat de geraamde budgettaire gevolgen te groot zouden zijn.

Lees ook de publicatie ‘Waarom belastingramingen ten onrechte centraal staan’, door Ineke Koele. Klik hier.

NU TE BELUISTEREN

Beluister de nieuwe aflevering van The Floris-podcast met prof. Edwin Heithuis over de toekomst van box 3, de bezwaren tegen een Nederlandse vermogensaanwasbelasting en zijn voorstel om belastinguitstel niet te verbieden, maar te beprijzen.

Het debat over belastingen getaxeerd — altijd met open vizier.

Meer afleveringen van The Floris-podcast beluisteren? klik hier


Geplaatst in Opinie, The Floris PodcastsMeer over , , , ,

Ineke Koele (oprichter van Stichting The Floris & voorzitter RvT en van Commissie Private Wealth) is fiscaal advocaat en estate planner vanuit haar eigen adviesbureau Koele Perspecta. Ze is een (gelauwerd) lid van verschillende nationale en internationale specialistenorganisaties. Samen met Pim Perquin is zij presentator van The Floris-podcast.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *