
Begrotingsramingen hebben in het fiscale debat grote politieke en maatschappelijke betekenis. In deze bijdrage plaatst mr. dr. Ineke Koele kritische kanttekeningen bij de manier waarop zulke ramingen tot stand komen, worden gepresenteerd en vervolgens het publieke debat sturen. De tekst is bedoeld als bijdrage aan een genuanceerder gesprek over belastingen, begrotingsbeleid en rechtsbescherming.
Ramingen als politiek wapen
Sinds politiek een vorm van theater is geworden, zijn geraamde belastingopbrengsten in de begroting een favoriet wapen van zowel links als rechts.
Daarbij wordt geschermd met miljardenopbrengsten en – verliezen voor de eigen achterban. Media kopiëren deze getallen zonder ze te kunnen toetsen, omdat hiervoor geen toets beschikbaar is. Daarmee gaan deze getallen een eigen leven leiden in ons gepolariseerde publieke debat.
Vrijwel geen van de budgetargumenten over belastingen snijden echter voldoende hout, laat staan harde euro’s. En daarom wordt het debat niet meer zuiver gevoerd. Dat is een groot probleem voor de samenleving, die alleen kan floreren bij een rechtvaardig en op feiten gebaseerd debat om goede belastingwetgeving te creëren.
1. Ramingen die de werkelijkheid missen
Begin september werd door staatssecretaris Eerenberg naar buiten gebracht dat van de € 16,6 miljard die was gereserveerd in de begroting voor de hersteloperatie van box 3 belastingen na de vernietigende arresten van de Hoge Raad nog slechts € 1 miljard is uitgekeerd. Dat is slechts 6% van de begrote derving. Hoewel er wel nog iets bij zal komen in de komende jaren, is duidelijk dat de schattingen veel te hoog zijn geweest. Het CPB oordeelde de raming als ‘zeer onzeker’ en belastingkundigen waarschuwden al vroeg dat de teruggaaf fors werd overschat. Zij kregen gelijk, maar dat wordt niet gebruikt voor een feedbackloop.
Inmiddels was de raming al uitgevoerd als een dekkingsopgaaf. Tien miljard werd aan de staatsschuld toegevoegd, de rest is via hogere lasten, waaronder hogere forfaitaire rendementen in box 3 gedekt.
Het opblazen van negatieve ramingen lijkt vooral een politiek mechanisme om ‘dekkingsopgaven’ te construeren die leiden tot lastenverzwaringen voor belastingplichtigen. Ondertussen werd afgesproken door het kabinet en de coalitie dat eventuele meevallers niet kunnen worden ingezet voor beleidswijzigingen (motie Stultiens d.d. 2 juli 2026, Kamerstukken 32140 nr. 318). Dat roept ernstige bezwaren op: de veel te hoge ramingen gaan een eigen leven leiden, die niet voor correctie in aanmerking komen. Het parlement wordt op die manier buiten spel gezet.
In die ramingen wordt geen rekening gehouden met vervolgstappen zowel aan de zijde van de overheid als van de burger. De belastingdienst heeft het insturen van herstelformulieren vrij ongemakkelijk gemaakt en geweigerd om ook herstel te bieden aan belastingplichtigen die niet tijdig bezwaar hadden gemaakt. Beroep hiertegen is recent door de Hoge Raad afgewezen.
Na het Kerstarrest over box 3 bewerkstelligde de Hoge Raad in een later arrest van juni 2024 dat bezitters van een tweede woning nimmer toekomen aan een teruggaaf op basis van werkelijk rendement ondanks het feit dat een heffing van 6% over de almaar stijgende WOZ-waarde altijd meer is dan elke reële verhuuropbrengst (if any). De Hoge Raad oordeelde dat waardestijgingen meetellen als rendement terwijl kosten niet in mindering komen. Niemand heeft enige grip op de waardestijgingen die door gemeentes jaarlijks ijverig worden geformaliseerd en het gevolg is dat tweede woningen voor velen onbetaalbaar zijn geworden. Als gevolg hiervan worden veel vakantiehuizen of tweede woningen in Nederland verkocht. Met dit soort anticipatie-effecten, waarbij mensen reageren op fiscale schokken, wordt geen rekening gehouden in ramingen. Dat er veel huizen in het buitenland voor terug worden gekocht, kost de staat elk jaar box 3 heffing ongeacht de vorm hiervan maar dat komt niet terug in enige raming.
2. Wie is eigenlijk ‘de ander’?
In de tweede plaats krijgt in het debat over die ramingen ‘de ander’ een identiteit die in werkelijkheid niet klopt. Aan de ene kant wordt gesproken over ‘een cadeau voor de allerrijksten’ als de aanwasbelasting in de Wet Werkelijk Rendement niet door zou gaan. De realiteit is dat die wet niet wordt aangenomen in de eerste Kamer, als er geen draagvlak voor bestaat. Het is dan wel erg retorisch om te spreken over ‘een cadeau’. Een aanwasbelasting leidt bovendien niet tot een hogere heffing dan een vermogenswinstbelasting, alleen het tijdstip waarop geheven wordt is anders. ‘Miljonairs krijgen er nog steeds miljarden bij’ is daarmee geen feitelijk frame. Het komt ook niet geloofwaardig over terwijl het heilige huisje van de allerrijksten, de riante bedrijfsopvolgingsregeling, onbesproken blijft. Box 3 gaat overwegend over middenklasse gezinnen met een beleggingsportefeuille of een vakantiehuisje en mensen die een huis verhuren bij wijze van pensioenvoorziening, niet over de rijksten. Die hebben vooral vermogen in box 2 (vennootschappen) of in buitenlands vastgoed waar geen fictieve of papieren belastingen worden geheven over dit bezit.
Zo wordt belastingheffing een politiek wapen in plaats van een manier om het huishoudboekje van de samenleving kloppend te houden.
3. Een begrotingssystematiek die doldraait
Ten derde houdt de begrotingssystematiek zichzelf in stand en heeft de neiging om dol te draaien. In 2025 vond Staatssecretaris Van Oostenbruggen ondanks brede kritiek op de aangekondigde aanwasbelasting – die een jaarlijkse papieren winst wenst te belasten – dat er geen andere keuze was vanwege de € 10 miljard begrotingsopbrengst die al was ingeboekt. Op 12 februari van dit jaar werd de Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen door de Tweede Kamer waarbij Eerenberg de wet verdedigde als de enige ‘budgettair inpasbare’ optie. De geraamde opbrengst was al ingeboekt in de Rijksbegroting.
De dag vóór de stemming in de Tweede Kamer kopte NRC: ‘Heel Nederland betaalt mee aan rechtsherstel vermogenden’. De kop ging over de raming van € 16,6 miljard rechtsherstel, de stemming ging over de nieuwe Wet Werkelijk Rendement. Politiek worden deze twee thema’s met nóg meer miljarden tot inzet door velen als een overtreffende trap beleefd. Het gevolg laat zich raden.
Korte tijd later vond minister van Financiën Heinen die (ook in 2025) verantwoordelijk was voor het wetsvoorstel, zonder overleg met zijn coalitie en ambtenaren, dat het toch een vermogenswinstbelasting moest worden.
Na de ommezwaai van minister Heinen hebben ambtenaren van het Ministerie van Financiën nieuwe berekeningen gemaakt, waaruit zou blijken dat het alternatief – een vermogenswinstbelasting – tenminste 22 miljard euro zou gaan ‘kosten’ tot het jaar 2036. Dit soort becijferingen zijn pure speculatie. Ten eerste zou de huidige systematiek waarbij in feite een vermogensbelasting van 2,16% (6% rendement x tarief 36%) wordt geheven behoudens minder reëel rendement volgens hen al € 10 miljard minder opleveren dan de vermogensaanwasbelasting, wat met geen enkele zekerheid kan worden beweerd. Dat blijkt al uit het eenvoudige feit dat in een dalende aandelenmarkt er geen enkele box 3 opbrengst is, of het nu een aanwas of vermogenswinstbelasting wordt. Met de stijgende inflatie en rentes door de Iran crisis is dat bepaald geen theoretisch scenario.
Daarbovenop zou de eerste jaren van de vermogenswinstbelasting € 12 miljard minder worden geheven ten opzichte van het scenario van de aanwasbelasting, maar daarbij is wederom geen rekening gehouden met het gedrag van belastingplichtigen: dat zijn nu eenmaal geen ‘lame ducks’ die dit braaf over zich heen laten komen. Een massale verschuiving naar box 2 of elders is dan ook realistisch. Ook wachten er opnieuw fiscale procedures omdat het heffen van ‘papieren winsten’ mogelijk eveneens in strijd komt met eigendomsgrondrechten net zoals belastingen op forfaitaire rendementen dat kunnen zijn. Tenslotte wordt er uiteindelijk in een vermogenswinstbelasting zonder gemopper wel belasting betaald over de werkelijke gerealiseerde rendementen. Al met al ligt het voor de hand dat de belastingopbrengsten van een vermogenswinstbelasting veel sneller dan geraamd structureel in de pas zullen lopen met de voorgestelde vermogensaanwasbelasting. Het timing verschil is in feite het gevolg van het feit dat we ooit, in het jaar 2001 zijn overgestapt naar een forfaitair stelsel wat heeft geleid tot Kerstarresten, miljarden rechtsherstel en juridische chaos. Een herstel naar een beter stelsel is, ook als dat geld kost, begrotingstechnisch een gevolg van een stelselwijziging, maar geen uitgaaf of kost.
Waar dus de raming van € 22 miljard ‘kosten’ geheel terug te voeren is op verschillende momenten waarop belasting wordt ontvangen (en niet op verschillende uitkomsten), is bovendien in het geheel geen aandacht besteed aan maatregelen om mensen via gedragsbeïnvloeding uit te nodigen om belastingheffing niet uit te stellen. Dat kan eenvoudig door een aanzienlijk lager tarief voor korte termijn realisaties op te nemen en een fors hoger tarief (tot 40% of 45%) voor vermogenswinsten die over een veel langere periode zijn opgebouwd. Daarmee wordt het rentevoordeel dat is genoten door de bezitter gecompenseerd.
Begin september werd duidelijk dat het aangenomen wetsvoorstel in de koelkast gaat want daarmee zou de € 10 miljard voorlopig nog in de begroting kunnen blijven, ook al is het helder dat de Wet Werkelijk Rendement dan niet in 2028 in werking zal gaan. Dit is, alsof ik mijn reservering bij de bistro afbel omdat mijn date heeft afgezegd, maar dan wel een bistrorekening krijg omdat de uitbater die dag al op de omzet had gerekend. Wel wordt benoemd dat elk jaar uitstel opnieuw een dekkingsopgaaf vormt voor geschat wederom € 3 miljard. De rest blijft staan, hoewel de date rond het huidige wetsvoorstel toch lijkt afgeblazen. Over de meevallers in de raming van de wet rechtsherstel: geen woord.
Kasstelsel en de blinde vlek
Deze manier van begroten wordt gefaciliteerd omdat de overheid boekhoudt op basis van het kasstelsel in plaats van een baten en lasten zoals bij elke onderneming het geval is. Zoals Peter Wennink onlangs terecht opmerkte, is dat een middeleeuwse wijze van boekhouden die te weinig ruimte creëert voor investeringen maar ook onvoldoende oog heeft voor toekomstig verlies aan concurrentie- of belastingkracht. Internationaal lopen we daarmee ook uit de pas.
Het rapport ‘Verantwoord belasten’ van de Rekenkamer (november 2025) geeft helder aan dat de verantwoording van belastinginkomsten voor de politiek, de maatschappij en de wetenschap een blinde vlek vormt, nu er géén inzicht mogelijk is in het effect van het belastingbeleid op de realisatie van belastinginkomsten. Het z.g. trendmatig begrotingsbeleid in Nederland houdt louter rekening met conjunctuur, maar niet met gedrag van belastingplichtigen. We méten het niet en wéten het dus ook niet. In die context is het zoeken naar geschatte begrotingsbedragen een tamelijk willekeurige exercitie.
De vraag is dus:
Waarom krijgen schattingen zoveel gewicht?
De 16,6 miljard raming voor het rechtsherstel van box 3 blijkt fors te hoog te zijn geweest. De 22 miljard raming voor een alternatief (maar op minder weerstand stuitend) belastingstelsel geldt als een voorzichtige schatting. Beide getallen zijn afkomstig van het Ministerie van Financiën.
Het probleem is dat de ramingen worden gepresenteerd als vaststaande feiten, terwijl het niet meer is dan een modeluitkomst op basis van een heleboel aannames en keuzes, waarvan we weten dat die niet corresponderen met de werkelijkheid. De keuze voor het referentiepunt (een politiek onvoldragen wetsvoorstel), de tijdshorizon (niet structureel, maar tijdelijk) en de definitie van ‘kosten’ (niet geïnde belastingen zijn geen uitgaven) worden gebruikt voor het absolute frame van een GETAL. Journalisten en politici die zo’n getal klakkeloos overnemen zonder de herkomst te bevragen, houden een mechanisme in stand dat niemand heeft gekozen. Dit ondermijnt het budgetrecht van de Tweede Kamer, wat haar meest elementaire bevoegdheid is. De slecht gefundeerde en achteraf niet getoetste ramingen leveren geen serieuze leidraad om zulke zware politieke consequenties te hebben als nu het geval is, laat staan om een bepaalde wetgeving te forceren of uit te stellen. De gehanteerde methode doet geen recht aan de veelvormigheid van de verschillende scenario’s en is daardoor willekeurig.
Rechtsbescherming als ontbrekend begrotingsrisico
Nauwkeuriger is om uit te gaan van één kwalitatieve stelregel, te weten: een rechtvaardige wetgeving levert altijd de meeste belastingopbrengst op – én de minste rechtszaken -.
Laat dat nu precies het advies zijn dat de Raad van State heeft gegeven bij het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement, wat echter volledig in de wind is geslagen door Heinen en zijn staatssecretarissen.
Maar wat zien we: hoewel risico’s van juridische procedures sinds 2022 moeten worden gerapporteerd door het kabinet, geldt een uitzondering voor belastingprocedures. Een deugdelijke motivering daarvoor bestaat niet, aldus de Rekenkamer. Die hersteloperatie van € 16,6 miljard is dan ook nooit benoemd als een risico in welke raming dan ook voor box 3 opbrengsten.
Dit land heeft veel grotere uitdagingen en het lijkt dan ook vooral een manier om de aandacht te verplaatsen naar een heel smalle definitie van eigen belang: de fiscale portemonnee. Een jaar geleden bepleitte ik al dat hebzucht of fiscale angst het allerslechtste stemadvies is, waar partijen toen de hypotheekrenteaftrek inzetten als kiezersargument.
Tot slot
De kamer behandelt het pakket Belastingplan 2027 in oktober/ november. Er is éen vraag die daarbij hoort te worden gesteld: wat is er terechtgekomen van de ramingen waarop wij onze belastingwetgeving de afgelopen jaren hebben gebaseerd? Laat het een reflectie vormen op de manier waarop die getallen het debat bepalen en een impuls zijn om over te gaan tot het maken van rechtvaardige belastingheffing voor vermogenden. Als die politieke moed kan worden opgebracht, volgen de opbrengsten natuurlijk.
Belastingen zijn de prijs van onze beschaving, schreef Holmes. Hij ging er kennelijk vanuit dat iemand de rekening nakijkt.
Deze bijdrage wordt vanuit de missie van Stichting The Floris verspreid als inhoudelijke bijdrage aan het nuanceren van het fiscale debat. Meer informatie: www.thefloris.nl. Persoonlijk contact met de auteur kan worden gelegd via info@thefloris.nl. Fiscale professionals worden nadrukkelijk opgeroepen een eigen bijdrage te leveren als (co)auteur van artikelen. Stuur daarvoor een mail aan: info@thefloris.nl.