
In de publieke opinie wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor ‘de sterkste schouders’ die ook het meest zouden moeten bijdragen aan de samenleving. Stel je voor: je hebt net een schitterend familiebedrijf opgebouwd, iets wat generaties lang gekoesterd werd en dat nu klaarstaat voor de volgende erfgenamen. Maar juist op het moment dat het stokje wordt overgedragen, doemt de schaduw van de belastingdruk op. De Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) – ooit bedacht om het voortbestaan van ondernemingen veilig te stellen – heeft zich ontwikkeld tot een labyrint met onbedoelde mazen en ongelijkheden. Is de regeling nog wel eerlijk, effectief en toekomstbestendig? Ontdek hoe de regels vandaag de dag werken, waar ze tekortschieten en waarom een frisse blik op de BOR noodzakelijk is. Het is tijd om het echte familiebedrijf te onderscheiden van fiscale constructies – en om de vraag te stellen: aan wie draag jij jouw levenswerk over?
‘You never actually own a Patek Philippe, you merely look after it for the next generation’
Tikkende tijdbom
De vermogenskloof leidt tot een tikkende tijdbom onder onze samenleving. De noodzaak om bestaande belastingstelsels aan te scherpen en gaten te dichten wordt dan ook door alle internationale instituties benoemd.
Al eerder heeft The Floris in haar podcast ‘Het Debat over Belastingen Getaxeerd’ aandacht besteed aan de wel erg breed geformuleerde bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de vraag gesteld: hoe dit anders zou kunnen? Daarvoor is het belangrijk om de relatie tussen de BOR met de maatschappelijke meerwaarde van familiebedrijven te herstellen. Niet langer het eigendom van een aandeelhouder zou centraal moeten staan, maar welke keuzes de bedrijfsfamilies maken, de waarden die ze bereid zijn ook echt na te leven.
Wij geven een concrete richting voor verbetering van onze fiscale wetgeving, die rechtvaardiger, doeltreffender en ook beter uitlegbaar is vanuit een langetermijnperspectief. Het is een belangrijk onderwerp, want familiebedrijven gezamenlijk maken zo’n 60% van het bedrijfsleven uit.
Doel en werking BOR nu
De doelstelling van de BOR is altijd geweest om continuïteitsproblemen bij bedrijven te voorkómen indien een (groot-)aandeelhouder overlijdt. Bij overlijden wordt zonder BOR inkomstenbelasting verschuldigd over de waardeaangroei van het bedrijf tijdens het leven van de erflater (huidig tarief: 31%) en daarnaast ook erfbelasting (huidig tarief: 20% bij verkrijging door kinderen tot 40% bij verkrijging door anderen). De gecombineerde belastingdruk is zo hoog dat veel bedrijven in continuïteitsproblemen zouden komen als deze belastingen bij overlijden zouden moeten worden betaald, zo is de gedachte. Dat is in bepaalde gevallen ook zo, en in andere gevallen niet. De huidige keuzes om al dan niet vrijstelling te verlenen onder de BOR hebben geen verband met de bedoelde continuïteitsproblemen.
Breed en niet doelmatig
De huidige regeling is heel breed en gaat ervan uit dat iedereen die een belang van 5% heeft in een bedrijf (‘aanmerkelijk’ belang) ook een ondernemer is die mag profiteren van de regeling. Bij een uitdijende familie krijgen achterneefjes wellicht minder dan 5% van de aandelen en dat is aanleiding geweest voor oudere familiebedrijven om te lobbyen voor een nog bredere toepassing van ‘verwaterde’ aanmerkelijk belangen in een bedrijf tot 0,5% belang. Daarmee wordt de ongelijkheid met andere personen die aandelen hebben in bedrijven tot schrikbarende proporties opgeblazen. Er wordt een gekunsteld onderscheid gecreëerd tussen ‘oude familiebedrijven’ en andere mensen die aandelen hebben in bedrijven.
De huidige regeling kent ook vreemde beperkingen, die niet doelmatig zijn. Zo is de voorwaarde dat de vennootschap waarin aandelen worden verkregen nog ten minste drie jaar na overlijden een onderneming moet drijven, een gedrocht. Dit leidt tot excessen zoals situaties waarbij banken een bedrijf feitelijk ‘failliet’ laten zijn zonder het te formaliseren omdat anders de genoten BOR vrijstellingen bij overlijden alsnog worden verbeurd. Bij een voorgenomen verkoop leidt het tot gekunstelde ‘sale en lease back’ constructies (op papier nog een onderneming, in werkelijkheid niet meer). Het beeld van erfgenamen als ‘dwangondernemers’ die de rit moeten uitzitten vanwege ‘de belastingen’ is hardnekkig.
Langetermijnperspectief en license to operate
Wil het voor een samenleving nuttig zijn om een vrijstelling te geven voor reguliere belastingen bij overlijden van de rijkste families in haar land, dan moet daar natuurlijk iets zinvols tegenover staan. Dat kan gevonden worden in de continuïteit van het familiebedrijf, de werkgelegenheid die ze biedt, de innovaties en ook de toekomstige belastingbijdragen die met het bedrijf worden geleverd aan de samenleving. Essentieel is dat de opbrengsten en waardegroei van die onderneming worden aangewend voor dat familiebedrijf en niet vooral ten goede komen aan de private aandeelhouders van het bedrijf. Dat levert een spanning op met een aantal principes van vermogensbeheer, zoals risicospreiding en maximaal rendement op eigen vermogen. De BOR wordt dan primair een instrument voor estate planning, niet voor bedrijfscontinuïteit.
Een cultuur van stewardship
Uit onderzoek blijkt dat de meest succesvolle bedrijven op langere termijn (meer dan drie generaties succesvol) zich niet primair op het kortetermijnbelang van de aandeelhouders richten, maar een cultuur hebben van ‘stewardship’, van geduldige aandeelhouders die zich richten op vertrouwen, transparantie, volgende generaties en de community. De familiebedrijven die zo niet denken, zijn beleggers in hun eigen familiebedrijf en zouden ook fiscaal als beleggers moeten worden aangemerkt. Waarom zou een samenleving bij de vererving van beleggingen grote vrijstellingen verlenen? Dat lijkt niet verstandig, ook al omdat deze attitude niet aan duurzaam succes van de onderneming bijdraagt.
De huidige BOR leidt nu tot investeringsstrategieën van familiebedrijven die gericht zijn op het verwerven van aanmerkelijke belangen, puur voor de fiscale voordelen.
In plaats van innovatief, verantwoord ondernemerschap te bevorderen van de onderneming, verleidt de huidige BOR tot focus op behoud en groei van het familievermogen. Alleen echte ondernemende families weten die druk te weerstaan.
Een overheid doet er goed aan om dit om te draaien en familiebedrijven te ‘nudgen’ in de goede richting, dat wil zeggen om haar fiscale systemen in lijn te brengen met de gewenste innovatieve, verantwoorde en ondernemende rol van familiebedrijven. Het ligt dus voor de hand om onderscheid te maken tussen familiebedrijven die zich ook echt gedragen als familiebedrijven en families die slechts in naam een familiebedrijf zijn. Hoe zou dat eruit kunnen zien?
Kiezen om een familiebedrijf te zijn!
Gek genoeg kent de huidige BOR geen definitie van een familiebedrijf. Ons voorstel is om een definitie van een familiebedrijf op te nemen waar de eigendomsbelangen van de aandeelhouders beperkt zijn ten gunste van het duurzame welzijn van het bedrijf. Het onderscheidende criterium dat wij voorstellen om een fiscaal familiebedrijf te zijn is dan ook een maximering van de uitkering van winsten aan haar aandeelhouders (een ‘cap’). Die cap moet concreet zijn en niet gemakkelijk te omzeilen. Er dient een maatschappelijke dialoog te worden gehouden over de hoogte van die cap, in absolute en relatieve zin. De hoogte van uitkeringen aan aandeelhouders dient voldoende te zijn voor families om hun ondernemingszin op lange termijn te belonen, maar te laag voor families die vooral uit zijn op rendement.
De missie van een familiebedrijf dient geborgd te zijn in haar statuten en het familiebedrijf haar relevante stakeholders te identificeren en daar een dialoog mee te onderhouden.
De voordelen van een nieuwe BOR
Een familie die zich vrijwillig voegt naar de voorwaarden die gelden voor een familiebedrijf in fiscale zin kan gebruik blijven maken van de voordelen van de BOR. Die familiebedrijven verdienen een begunstiging van de maatschappij. De voordelen van deze nieuwe BOR bestaan uit het uitstel van betaling van de inkomstenbelasting van de bedrijfsoverdrager en het uitstel van betaling van de schenk- of erfbelasting van de verkrijger gedurende de periode dat aan die nieuwe voorwaarden worden voldaan. Stel dat een familiebedrijf na tien jaar na overlijden van de patriarch alsnog van kleur verschiet doordat de familie besluit het bedrijf te vervreemden aan een concurrent. Uit de verkoopopbrengst die belast is met inkomstenbelasting in box 2, wordt dan alsnog de erfbelasting verschuldigd ter gelegenheid van de vererving van tien jaar geleden. Het gevolg hiervan is dat de familie wél baat heeft gehad bij het uitstel van de inkomstenbelasting bij overlijden; hier heeft de Belastingdienst ook geen claimverlies omdat bij verkoop alsnog inkomstenbelasting verschuldigd wordt. Als een familie dividenden uitkeert die hoger zijn dan de cap, zou een vergelijkbaar gevolg optreden: over het ‘super-dividend’ wordt alsnog 20% resp. 40% erfbelasting verschuldigd (bovenop de box 2-heffing), zodat in zoverre het uitstel vervalt. Als dit op een structurele wijze zou gebeuren, wordt kennelijk de keuze gemaakt het familiebedrijf te verlaten en wordt de gehele nog uitstaande aanslag erfbelasting invorderbaar. Het uitstel wordt niet door eenvoudig tijdsverloop omgezet in afstel, maar blijft voor onbeperkte tijd voorwaardelijk voortbestaan. Na meerdere overlijdens kan die schuld danig oplopen, waardoor het feitelijk onmogelijk wordt voor families om nog te converteren van een familiebedrijf naar een belegging, wat ook precies de bedoeling is. Alle andere families, die niet wensen te voldoen aan de vereisten van een familiebedrijf zullen worden uitgesloten van het voordelige regime van de BOR. Zij betalen onmiddellijk bij overlijden of schenken de verschuldigde schenk- of erfbelasting en moeten ook fictief afrekenen in box 2.
De relatie familie-bedrijf is cruciaal
De huidige regeling kent sinds 2024 een onderscheid tussen vastgoedondernemingen (die niet in aanmerking komen voor de BOR) en gewone ondernemingen. Wij zien niet goed waarom dit onderscheid in de nieuwe regeling gemaakt zou moeten worden en vinden de vastgoedvennootschappen mits deze voldoen aan de voorwaarden van een familiebedrijf niet zonder meer een ‘bluffer’ die niet in aanmerking komt voor het ‘echte’ familiebedrijf. In de praktijk zijn gedwongen verkopen van belangen in familiebedrijven met ondernemend vastgoed net zo problematisch als andere familiebedrijven. Een vastgoedonderneming die (al dan niet zelf ontwikkelde) woningen verhuurt is bovendien maatschappelijk relevant om in stand te houden, gezien de schaarste aan huurwoningen. In ons voorstel is de relatie tussen de familie en het bedrijf cruciaal en zou het niet uit mogen maken of een onderneming hijskranen verhuurt of gebouwen (wat nu dus wel het geval is).
De echte familiebedrijven zullen kleur bekennen
Dit voorstel maakt alle bezwaren die vanuit lobbyisten vaak worden aangedragen tegen verdere beperkingen van de BOR krachteloos. Zo wordt er vaak gezegd dat zonder de BOR, families hun bedrijf zullen verkopen aan partijen in het buitenland of aan private equity en dat zou slecht zijn voor het bedrijf en dus voor de BV Nederland.
De keuze is juist aan het familiebedrijf zelf of zij gaat voor een verkoop aan het buitenland of aan ‘private equity’ (in welk geval er ‘gewoon’ belasting verschuldigd is) of dat zij gebruik wil maken van het privilege van de BOR, op basis van haar kwaliteiten als een heus familiebedrijf.
Een verkorte en geredigeerde versie van bovenstaand artikel werd gepubliceerd in Het Financieele Dagblad op 7 augustus 2025 (copyright Het Financieele Dagblad)
